Vinden

Top 5.000 - Macro-economie: geen supergroei maar beter dan gemiddeld

2021 werd zoals verhoopt het jaar van de normalisering van het leven en de volledige heropening van de economie. Met dank aan enkele goed werkzame vaccins en de massale productie ervan in korte tijd. We kregen in 2021 dan ook uitzonderlijk hoge groeicijfers die we in decennia niet meer hebben gezien. 2022 zou nog steeds een jaar moeten zijn van groei, maar niet meer zo spectaculair als in 2021. (Danny Reweghs)

De wereldwijde groeimotor sloeg in het voorjaar van 2020 plots compleet af toen de wereld in een razendsnel tempo kennismaakte met het coronavirus. De wereld ging als het ware weken tot zelfs maanden op slot. Lockdowns dwongen mensen om massaal thuis te blijven om de COVID-19-pandemie enigszins onder controle te krijgen. Dat gaf aanleiding tot de meest sombere economische prognoses sinds vele decennia.

Sommige economen vreesden zelfs voor het slechtste economische jaar sinds de Tweede Wereldoorlog. Het ging dus om meer dan het gevreesde ‘R-woord’, een recessie dus. Het was alle zeilen bijzetten om een depressie zoals in de jaren dertig van vorige eeuw te vermijden. Maar wereldwijd werden ook alle zeilen bijgezet. Duizenden miljarden dollars, euro’s, … werden door de diverse centrale banken via monetaire versoepeling (QE; opkopen van obligaties) in het systeem gepompt om een nieuwe economische en financiële crisis te vermijden. Overheden deden hetzelfde met talloze steunmaatregelen voor (zwaar) getroffen sectoren.

Uiteindelijk bleken die maatregelen – weliswaar ten koste van het fors oplopen van de overheidsschulden – hun doel niet te missen en bleken de aanvankelijke prognoses voor vorig jaar veel te pessimistisch. De perspectieven voor 2021 werden eind 2020 nog een stuk rooskleuriger gemaakt door de aankondigingen van enkele farmabedrijven dat hun vaccins in ontwikkeling tegen het coronavirus erg effectief waren en dat ze er miljarden van gingen produceren. We begonnen het jaar 2021 dus met de start van de vaccinatiecampagne en de verwachting dat in de loop van dit jaar het leven weer zou kunnen normaliseren en de economie weer volledig heropenen. Tenminste voor een resem westerse landen die zich een grote slokop toonden in het opkopen van de voorraden vaccins. Vooral in Europa kwam de vaccinatiecampagne moeilijk op gang, maar vanaf het voorjaar werd meer dan één tandje bijgestoken en bij het begin van de herfst was toch een dusdanig hoge vaccinatie–graad bereikt dat het leven weer min of meer hetzelfde werd als voor de COVID-19-pandemie. Met een verwacht groeicijfer voor de wereldeconomie in de buurt van 6 procent. Een groeicijfer dat we al decennia niet meer gezien hebben.

EU beste vaccinatieleerling van de klas

De eerste maanden van het jaar 2021 liep de vaccinatiecampagne binnen de eurozone nog heel stroef en was het wachten op voldoende vaccins. Maar vanaf het voorjaar wist de EU zich toch te ontpoppen tot de beste vaccinatieleerling van de wereldklas. Met gunstige economische effecten tot gevolg. Aan het eind van de zomer konden de meeste Europese landen het overgrote deel van de beperkende maatregelen afschaffen en evolueren naar een normalisering van de economie. Al was de opkomst van de deltavariant in de loop van 2021 toch een spelbreker om alles volledig te kunnen opengooien. Die blijkt immers een stuk besmettelijker dan de voorgaande varianten. 

Toch wist de eurozone in aangename zin te verrassen inzake economische groei. In het tweede trimester van 2021 lag de economische groei op 2,2 procent op kwartaalbasis en zelfs 14,3 procent hoger op jaarbasis. Dat laatste groeicijfer is natuurlijk ongezien in de naoorlogse periode en uiteraard enkel te verklaren door de dramatische duik van de economische activiteit in het tweede trimester van 2020, het ‘coronakwartaal’ toen er in haast alle EU-landen sprake was van harde lockdowns. Vooral de heropleving van de private consumptie (+3,7% op kwartaalbasis) viel hard op. Mensen hadden duidelijk nood aan het ‘vieren’ van het einde van de meeste beperkende maatregelen in horeca, in bioscopen, … Ze zagen het echt als een bevrijding. De stijging van de overheidsuitgaven (+1,2%) en toegenomen investeringen in het bedrijfsleven (+1,1%) leverden ook een positieve bijdrage, maar dus duidelijk minder uitgesproken dan de spenderende consument. 

Voor het volledige jaar liggen de verwachtingen rond een groeicijfer van 4 tot 5 procent voor de eurozone. Maar het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. Het uitzonderlijke groeicijfer heeft ook tot gevolg dat heel wat prijzen van goederen en diensten bijzonder fors stijgen. Vooral de energieprijzen kenden een spectaculaire klim zodat voor het eerst in vele, vele jaren de meeste Europese landen worden geconfronteerd met een inflatiecijfer van 3 procent en meer. Dat terwijl de EU sinds de bankencrisis vooral heel lage inflatiecijfers kende en vaak flirtte met het deflatiescenario (daling van het algemene prijzenpeil).

De Europese Centrale Bank (ECB) mikt op een inflatiecijfer van   2 procent, maar is absoluut bereid om een hoger inflatiecijfer een tijdje door de vingers te zien. Want de ECB is er net als andere centrale banken van overtuigd dat het om een tijdelijke inflatiepiek gaat, als gevolg van het sneller en forser economisch herstel dan voorzien. In tegenstelling tot bij de bankencrisis, was de ECB er nu ook als de kippen bij om bij het uitbreken van de COVID-19-pandemie massaal obligaties op te kopen en zo de economie te ondersteunen.

De overheden hebben ook zware inspanningen gedaan en zullen ook in 2022 nog de economie ondersteunen. Samen met een volledige normalisering van de economie door een verdere stijging van de vaccinatiegraad mikken de meeste instellingen op een groeicijfer van 2,5 tot 3,4 procent voor 2022. Nog steeds een groeicijfer ver boven het gemiddelde van de voorbije 10 tot 15 jaar, maar niet meer op het piekniveau van 2021.

VS: president Biden wil fors uitgeven

Voor de Verenigde Staten was 2020 niet alleen het jaar van de COVID-19-pandemie, maar ook van ‘historische’ presidentsverkiezingen. Het werden zeer spannende, maar ook zeer gecontesteerde verkiezingen waarbij zittend president en Republikein Donald Trump weigerde zijn nederlaag toe te geven en de nieuwe president en Democraat Joe Biden te erkennen. Trump wist zijn kiezers zodanig op te ruien dat het begin 2021 zelfs tot een bestorming van het Capitool (gebouw Amerikaans parlement) in Washington kwam om de ‘vervalste’ presidentsverkiezingen aan te klagen. Desondanks werd Joe Biden in januari ingezworen als 46ste president van de Verenigde Staten. Hij ging meteen gezwind van start en probeert allerlei grote stimulusplannen door het Congres (Amerikaans parlement) goedgekeurd te krijgen. In het Huis van Afgevaardigden hebben de Democraten een duidelijke meerderheid, maar in de Senaat zijn de zitjes mooi gelijk verdeeld en moet er dus onderhandeld worden om voorstellen erdoor te krijgen. Maar toch kreeg hij snel zijn ‘America Rescue Plan’ van 1.900 miljard dollar goedgekeurd. Dat reddingsplan voor de Amerikaanse economie ging onder meer over de fameuze cheque van 1.400 dollar voor iedere Amerikaan als directe steun. Daarna lukte het de nieuwe VS-president ook om een infrastructuurplan van 1.000 miljard dollar goedgekeurd te krijgen. Voor de verbetering van bruggen, wegen, tunnels, …, maar ook van de digitale infrastructuur (internetverbindingen).

Later kreeg de populariteit van Biden wel een knauw door de forse doorbraak van de deltavariant in heel wat Amerikaanse staten en een chaotische aftocht uit Afghanistan, waar bij een aanslag aan de luchthaven van de hoofdstad Kaboel een dozijn Amerikaanse soldaten sneuvelden.

Het moge duidelijk zijn dat de opvolger van Trump ook heel graag geld spendeert om de Amerikaanse economie te ondersteunen. Daar moet ook het monetaire beleid van de Federal Reserve rekening mee houden. De Amerikaanse centrale bank was immers snel en massaal de economie te hulp gekomen bij het uitbreken van de pandemie door voor een recordbedrag aan schuldpapier op te kopen (tot 120 miljard dollar per maand). Dat stimulusbeleid van zowel president Biden als de Fed wierpen hun vruchten af in de vorm van een terug fors lagere werkloosheid en een sterke economische groei. Als we kijken naar de gemiddelde prognose van 47 Amerikaanse topeconomen, dan komen we uit op een gemiddelde groeiverwachting voor 2021 van 5,6 procent. Dat cijfer lag in de loop van de zomer nog boven 6 procent. De opmars van de deltavariant in de VS heeft die groeiverwachting wat getemperd. De groei zou volgend jaar verder moeten afnemen tot ongeveer 3 procent, met vooral nog een gevoelige toename in het eerste semester, maar een afvlakking richting ‘normale’ cijfers van 1,5 tot 2 procent in de tweede jaarhelft.

De cijfers zijn voor Fed-voorzitter Jerome Powell stilaan het signaal om het omvangrijke stimulusprogramma te gaan afbouwen. De zogenaamde ‘tapering’ is dus terug van een aantal jaren weggeweest. Te meer daar de Amerikaanse inflatie al maanden boven 5 procent staat en dus ver boven de doelstelling van 2 procent van de Amerikaanse centrale bank. De Fed is de eerste om aan te geven dat het om een uitzonderlijke, tijdelijke inflatie-opstoot gaat en dat er op dat vlak een afvlakking richting de doelstelling van 2 à 2,5 procent in 2022 verwacht mag worden. De forse inflatietoename zorgde alvast nog niet voor een crash op de Amerikaanse obligatiemarkt, maar de 10-jarige rente is wel opgelopen van 0,6 procent dieptepunt in 2020 tot 1,5 procent in de herfst van 2021, wat ook wel de dollarkoers ondersteunde.

China: forse ingrepen in het bedrijfsleven

China stond zowel in 2020 als in 2021 negatief in de schijnwerpers. De bakermat van de COVID-19-pandemie lag immers in China en zou de hele wereld flink wat ellende bezorgen. Vooral dan menselijk leed. China zelf nam draconische maatregelen en was – officieel tenminste – relatief snel terug verlost van het coronavirus en de eerste grote economie om te herstellen en zelfs over 2020 nog een positief groeicijfer te publiceren.

In 2021 viel het land vooral op door forse ingrepen in het bedrijfsleven. Het begon allemaal al in het najaar van 2020 door het kelderen van de beursgang van Alibaba-fintechdochter Ant Group omdat stichter en levende legende Jack Ma kritiek had geuit op de autoriteiten. Xi Jinping zou persoonlijk opdracht hebben gegeven om de spelregels voor fintechspelers aan te passen en zo Jack Ma het succes van de grootste IPO ooit niet te gunnen. Maar al snel bleek dat het daar niet bij bleef. Het was slechts het begin  van de ‘gedeelde welvaart’-campagne van de Chinese autoriteiten. De toenemende ongelijkheid diende aangepakt en de vleugels van de dominante (tech)bedrijven mochten wel eens geknipt worden. Een tsunami van monopolie-onderzoeken, boetes, nieuwe reguleringen kreeg het Chinees bedrijfsleven te verduren. Vooral het online-onderwijs werd bijzonder hard aangepakt onder het mom dat onderwijs een zaak van de (centrale) overheid was.

Toeval of niet, dat leidde ook tot het wankelen van vastgoedmastodont Evergrande, een toonbeeld van heel wat kapitalistische uitwassen en een groeiverhaal op forse schuldfinanciering gebouwd. Het maakt een (serieuze) groeivertraging voor de Chinese economie haast onvermijdelijk. De tweede grootste economie ter wereld gaat dan ook met flink wat vraagtekens 2022 tegemoet. Het IMF pronostikeert  een gevoelige groeivertraging van circa    8 procent voor 2021 naar ongeveer 6 procent voor 2022.
(Redactie 7 oktober)


Dit artikel is verschenen in Top 5.000 die beschikbaar is in pdf.

Terug
Inschrijven nieuwsbrief Uw advertentie in onze nieuwsbrief?
Infotheek
De tweede pensioenpijler in beeld

De tweede pensioenpijler in beeld

 

Verplichtingen op het werk ikv coronavirus

Coronavirus: verplichtingen op het werk (volgens het KB van 28 oktober 2021)

 

Economische conjunctuur in distributie

Verslag over de economische conjunctuur in de distributie

 

Wetstraat
Wijziging affichering van tarieven door zorgverstrekkers

Wijziging van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, wat het afficheren van de tarieven door zorgverstrekkers betreft - BS 12 november , p. 111.837