Vinden

Flexi-jobs: Wonderoplossing of jobvernietiger?

Sinds begin dit jaar is het systeem van flexi-jobs uitgebreid naar heel wat bijkomende sectoren. De transportsector is daar nog altijd niet bij. Voor de vakbonden is dat niet meer dan normaal, de vervoersbedrijven daarentegen zijn wél vragende partij. Wij leggen beide standpunten naast mekaar. - Frederic Petitjean

Het systeem van de flexi-jobs werd in 2015 in het leven geroepen door de toenmalige regering-Michel. Het was een wapen tegen de vele zwartwerkers in de horecasector, maar het werd ook gezien als middel om onze arbeidsmarkt flexibeler te maken, om personeelstekorten op te lossen en om bepaalde bevolkingscategorieën toe te staan om op fiscaal voordelig wijze een centje bij te verdienen. Naast de horeca maakt sindsdien bijvoorbeeld ook de gezondheidszorg er gretig gebruik van. Tussen begin 2019 en begin 2023 is het aantal flexi-jobs in ons land ruim verdubbeld, zo blijkt uit cijfers van de RVA, van zowat 54.000 mensen naar meer dan 121.500. Analyses van het sociaal secretariaat SD Worx van oktober vorig jaar tonen aan dat in twee op drie restaurants en cafés flexi-jobbers aan de slag zijn, maar ook in de helft van alle hotels en een kwart van de bakkerijen en kleinhandelszaken. Het zijn bijna uitsluitend KMO’s met minder dan vijftig werknemers die er gebruik van maken en dan vooral om pieken in het werk op te vangen. De werkgevers die een beroep doen op het systeem, komen vooral uit Vlaanderen (86%), al begint er ook in de andere gewesten wat te bewegen.

Concreet richten de flexi-jobs zich op mensen die gepensioneerd zijn of die al minstens 4/5e werk(t)en, werklozen kunnen er niet voor ingeschakeld worden. Het grote voordeel daarbij is dat op het loon van de werknemer geen bedrijfsvoorheffing en sociale bijdragen verschuldigd zijn en dat er, in de meeste gevallen, ook geen belasting op betaald moet worden. In de meeste gevallen, want sinds dit jaar heeft de overheid wel een begrenzing voorzien: de fiscale vrijstelling geldt enkel voor de eerste 12.000 euro op jaarbasis. Alles daarboven wordt wél belast. Voor gepensioneerden geldt deze maatregel trouwens niet. Zij kunnen nog altijd onbeperkt bijverdienen, tenzij ze jonger dan 65 jaar zijn. Dan gelden wel de grensbedragen voor toegelaten beroepsinkomsten.

Transportsector hoopt op gepensioneerden

Waar de overheid slaat, zalft ze ook, want tegelijk met de strengere fiscaliteit werd ook het aantal sectoren waar flexi-jobs zijn toegelaten, stevig uitgebreid. Onder meer brouwerijen, de vleesnijverheid, garagebedrijven, kinderopvangverblijven, verhuizers en begrafenisondernemingen kunnen ze vanaf dit jaar inzetten. Tenzij er een zogenaamde opt-out komt: de sociale partners kunnen overeenkomen dat dit soort banen in hun sector (of een deel ervan) toch niét zijn toegestaan. Opt-out of niet, de transportsector was op de recentste lijst van toegelaten sectoren in geen velden of wegen te bekennen. Nochtans is de branche zelf absoluut vragende partij om dit systeem ook voor hen in te voeren. Flexi-jobs zouden bijvoorbeeld een goede manier zijn om de grote pieken en dalen op te vangen waar de transportsector aan onderhevig is, zo klinkt het bij Febetra, de beroepsfederatie van transportbedrijven. “De flexi-jobs zijn ook een oplossing om meer arbeidsflexibiliteit in de sector in te voeren en om het probleem van het personeelstekort aan te pakken”, zegt Philippe Degraef, directeur van Febetra. “Het is bijvoorbeeld behoorlijk lastig om chauffeurs te vinden die op zaterdag de supermarkten willen bevoorraden, simpelweg omdat de meesten het weekend liefst thuis doorbrengen. Gepensioneerden die een rijbewijs voor vrachtwagen hebben, zouden die rol perfect op zich kunnen nemen. Zij vormen voor ons dan ook de voornaamste doelgroep voor de flexi-jobs.”

Degraef wijst erop dat de transportsector sowieso meer dan 5.000 openstaande vacatures heeft. Dat is ooit zelfs nog meer geweest, maar ondertussen is de economie wel weer wat afgekoeld. “Maar zodra we de activiteiten weer hernemen, zal dat cijfer allicht ook mee omhoog gaan. Tot slot kampt het transport ook met een fikse vergrijzingsgolf, de gemiddelde leeftijd in onze branche is hoog en de komende jaren zullen veel chauffeurs met pensioen gaan. De huidige instroom is niet voldoende om die uitstroom op te vangen.”

Lonen verhogen

Niet iedereen is echter een fan van flexi-jobs. Bij de socialistische vakbond ABVV-BTB bijvoorbeeld zien ze flexi-jobs liever gaan dan komen. “Dat flexi-jobs extra tewerkstelling meebrengen, is een illusie”, zegt BTB-voorzitter Frank Moreels. “Dit systeem is voor mensen die al werken of gepensioneerd zijn, er is geen enkele bijkomende instroom. Een werkloze heeft er dus niks aan. Natuurlijk is er een tekort aan personeel in het transport, maar in plaats van flexi-jobs te creëren, zouden ze de lonen moeten optrekken en zo het beroep aantrekkelijker maken. Kijk, transport is sowieso al een sector met heel veel tijdelijke contracten en dus weinig jobzekerheid. In principe zou krapte op de arbeidsmarkt moeten leiden tot hogere lonen, maar door alle interimjobs, flexi-jobs, studentenjobs en buitenlandse werkkrachten, wordt die krapte deels weggewerkt zonder dat de lonen moeten stijgen en zonder enige bijdrage aan de sociale zekerheid.”

Niet alleen brengen flexi-jobs geen bijkomende tewerkstelling mee, erger nog: flexi-jobs vernietigen reguliere jobs, aldus Moreels. “De cijfers bewijzen dat: in de horeca is ruim een derde van alle gewone banen verdwenen en vervangen door flexi-jobs en studentenarbeid. We zien dat bijvoorbeeld ook in het schoolvervoer. In die sector is veel volk ontslagen en vervangen door goedkope gepensioneerden.”

Verkiezingen

Voor Moreels zijn het dan ook de werkgevers die de grootste voordelen plukken van dit systeem. “Het enige wat flexi-jobs meebrengen, is goedkope tewerkstelling. Ik ontken zeker niet dat de loonkosten in België hoog zijn, maar flexi-jobs lossen dat niet op. Daar is een brede fiscale hervorming voor nodig. Ook voor de mensen die in het systeem stappen, kunnen er onverwachte consequenties zijn. Een heel concreet voorbeeld: een werknemer krijgt een arbeidsongeval op zijn flexi-job. Hij kan zowel zijn reguliere job als zijn flexi-job niet meer uitvoeren. De werkgever van zijn reguliere job steekt zijn handen in de lucht en zegt: dit is geen arbeidsongeval, ik heb hier niks mee te maken. Hij valt terug op zijn mutualiteit en wordt natuurlijk uitbetaald op basis van zijn flexi-job.”

Voor Philippe Degraef is een uitholling van de sociale zekerheid alvast geen reden om het systeem van flexi-jobs niet in te voeren. “We betalen al zoveel sociale bijdragen, ik denk niet dat de flexi-jobs het grote verschil gaan maken”, zegt hij. “Hoe dan ook, de invoering van flexi-jobs in de transportsector is sowieso niet voor morgen. Voor de verkiezingen van deze zomer zal er allicht niks meer veranderen. Wat er daarna gebeurt, zal vooral van die verkiezingen afhangen en van welke partijen de meerderheid vormen.” 

Terug
Partner Content
Partner Content
Infotheek
Boordtabel van het concurrentievermogen van de Belgische economie

Boordtabel van het concurrentievermogen van de Belgische economie - 2023 - Executive summary
 

Psychosociale risico’s op het werk

Psychosociale risico’s op het werk - Verzameling van de rechtspraak van de arbeidsgerechten sinds 2016
 

Patentindex 2023

Patentindex 2023 (in het Engels)
 

 

Wetstraat
Sociaal akkoord voor federale publieke gezondheidssector

Wet houdende uitvoering van het sociaal akkoord voor de federale publieke gezondheidssector - BS 11 april, p. 41.604
 

Uitsluiting van bepaalde sectoren 'onderneming zonder handels- of industriële finaliteit'

Wet tot wijziging van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen tot invoering van de mogelijkheid om bepaalde sectoren uit te sluiten van het begrip onderneming zonder handels- of industriële finaliteit - BS 10 april, p. 41.266

Wijziging bijzondere vrijstellingsregeling btw voor kleine ondernemingen

Wet tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde betreffende de bijzondere vrijstellingsregeling van belasting voor kleine ondernemingen - BS 9 april, p. 40.955