In hun ijver om de 1.600 offshore filialen van onze banken onverwijld te sluiten, denken de groenen het absolute wapen te hebben gevonden tegen belastingparadijzen: ze willen in ons land de zogenaamde CFC-regels (Controlled Foreign Corporations) invoeren. Die regels zijn in de jaren ’60 in de VS ingevoerd om er de strijd aan te binden met de overdracht van activiteiten naar buitenlandse ondernemingen die onderworpen waren aan een gunstiger fiscaal regime dan de VS. De CFC-regels maken het mogelijk om de winst die in het buitenland werd gerealiseerd te belasten alsof het die van de Amerikaanse onderneming zelf was.
Wanneer er, overeenkomstig de bepalingen van alinea 3, een overeenkomst wordt afgesloten tussen een derde en een werkgever waarin wordt bepaald welke instructies in uitvoering van die overeenkomst door de derde kunnen worden gegeven aan de werknemers van de werkgever, dan dient de derde meteen de ondernemingsraad in te lichten over het bestaan van die overeenkomst. De derde bezorgt aan de leden van de ondernemingsraad die dat wensen vervolgens een kopie van het deel van de overeenkomst waarin de instructies beschreven staan die door de derde kunnen worden gegeven aan de werknemers van de werkgever. Indien de derde die vraagt krijgt maar weigert de voorgenoemde kopie te bezorgen, dan wordt de overeenkomst geacht niet te bestaan.
In een poging de kracht van de antifiscale lobby’s te breken, stellen de groenen voor om iedere financiële tussenpersoon of belastingconsulent hard aan te pakken die medeplichtig is aan het opzetten van frauduleuze fiscale constructies. Op strafrechtelijk vlak heeft de sanctie dezelfde omvang als die van toepassing is op de fraudeur zelf. Daar komt nog eens een niet-facultatieve administratieve straf bij onder de vorm van een beroepuitoefeningsverbod van drie maanden tot vijf jaar, dat desgevallend gepaard kan gaan met een sluiting van de vestigingen van de vennootschap waarvan de veroordeelde bestuurder of werknemer is.
Eindelijk is het zover. Het wetsvoorstel dat nochtans de logica zelf is, dateert namelijk al van… 2007. Rechters zijn geen robots en het overkomt hen wel eens dat ze zich vergeten uit te spreken over een punt dat duidelijk in de vordering voorkwam, bijvoorbeeld met betrekking tot nalatigheidsinteresten. Het is in ons recht mogelijk een materiële fout recht te zetten, maar zich vergeten uit te spreken over een vordering is er geen. Een vonnis waarin geen uitspraak is gedaan over een punt van de vordering zonder het aan te houden, terwijl er wel een uitspraak is over de kosten, kan alleen nog in hoger beroep worden bestreden.