Vinden

Voeding - Motor van export moet opnieuw steviger aanslaan

Van het onderzoek naar duurzame verpakkingen over de ontwikkeling van plantaardige proteïnebronnen tot het gevecht tegen de calorieën: saai wordt het nooit in de voedingssector. Maar de uitdagingen voor de komende jaren zijn legio en de sector rekent uitdrukkelijk op de overheid om de daling van de binnenlandse omzet een halt toe te roepen. (Filip Michiels)

Het bleef jarenlang een verre droom. De Belgische voedingssector kan al enkele jaren mooie groeicijfers voorleggen en die trend leek zich ook in 2019 min of meer door te zetten. Toch gingen er het voorbije jaar voor het eerst in enkele jaren ook een aantal knipperlichten branden: de investeringen liepen lichtjes terug en de buitenlandse omzet groeide een stuk minder fel dan de voorbije jaren. Toch zal de tewerkstelling in de sector ook in 2019 wellicht nog lichtjes toegenomen zijn, met dank aan het hoge investeringsniveau van de voorbije jaren. “Die lichte terugloop van de investeringen in 2018 was ook geen grote ramp”, vindt Jan Vander Stichele, voorzitter van sectorfederatie Fevia. “Net zoals heel wat andere industriële sectoren hebben onze bedrijven het al heel wat jaren knap lastig om voldoende nieuwe mensen te vinden. Er staan vandaag nog altijd zowat 1.500 vacatures open in onze sector en een vijfde daarvan daarvan raakt zelfs na anderhalf jaar nog niet ingevuld. Die te kleine instroom aan nieuwe arbeidskrachten weegt onvermijdelijk ook wel wat op het groeiritme van onze sector.” Naast de klassieke jobs voor laaggeschoolden bieden voedingsbedrijven vandaag ook almaar meer vacatures aan voor mensen met een hogere technische opleiding. “Zeker naar dat soort profielen toe kampt de sector echt wel met een perceptieprobleem: mensen met een stevige technische achtergrond beschouwen ons niet als de meest sexy sector. Ten onrechte, want de voorbije jaren heeft hightech echt wel zijn intrede gemaakt in de voeding. En de lonen bij ons liggen zeker niet lager dan in andere, meer gegeerde sectoren.”
 
Het échte zorgenkindje van de voedingssector is – al enkele jaren op rij – de afzwakkende vraag op onze binnenlandse markt. De oorzaken daarvan zijn behoorlijk uiteenlopend: steeds meer landgenoten gaan over de grenzen winkelen, maar tegelijk lijkt de gemiddelde Belg gewoon ook iets minder en iets bewuster te consumeren. Voor het eerst in vele jaren gaat die dalende omzet in eigen land nu evenwel ook hand in hand met een minder snel stijgende export. Bart Buysse, ceo van Fevia, verwacht dat de export in 2019 maar met 2,5% zal toenemen in vergelijking met 2018. “De voorbije jaren groeide onze uitvoer jaarlijks een stuk steviger, gemiddeld met zowat 5% zelfs”, klinkt het. De oorzaken voor die afzwakkende export zijn velerlei. “Een voor ons bijzonder belangrijk exportland zoals Frankrijk experimenteert nu al enkele jaren met protectionistische maatregelen zoals een land-van-oorspronglabel, waardoor het voor Belgische producenten bijzonder lastig wordt om in Franse supermarkten nog in de rekken te belanden”, legt Jan Vander Stichele uit. “De EU heeft Frankrijk nu toestemming gegeven om dat experiment opnieuw met drie jaar te verlengen. Ook Italië speelt nu met hetzelfde idee. Daarnaast zien we het protectionisme overal opnieuw wat oprukken, kijk maar naar de anti-dumpingmaatregelen tegen Europese aardappelen in Zuid-Amerika. In het verlengde daarvan zien we dat de handelscontext wereldwijd een stukje lastiger geworden is, en dat speelt onze sterk exportgerichte sector natuurlijk parten. Vergeet ook niet dat wij toch vooral een land van kmo’s zijn, en dat die doorgaans niet voldoende gewapend zijn om grote risico’s te nemen als het over de export gaat. Ze kijken dan liever even de kat uit de boom. Gelukkig blijven we het in groeilanden zoals China en Zuid-Korea wél voortreffelijk doen. Dat blijven nog relatief kleine markten, maar in de eerste helft van 2019 groeide de export naar China bijvoorbeeld nog met 3,7%. Zonder het Chinese embargo op Belgisch varkensvlees zou die groei zelfs oplopen tot 14%. Stilaan merken we dat Belgische klassiekers zoals bier en chocolade in het buitenland nu ook het pad effenen voor andere hoogwaardige voedingsproducten, gaande van zuivel over bereide maaltijden tot aperitiefhapjes en allerlei aardappelbereidingen. De volgende jaren moeten we er dus echt over waken dat die exportmotor opnieuw steviger aanslaat.”

Duurzame verpakking

Weinig thema’s kwamen het voorbije jaar zo prominent op de agenda als duurzaamheid. De voedingssector had en heeft op dat vlak niet altijd de beste reputatie en daar spelen onder meer de transport- en verpakkingsproblematiek een belangrijke rol in. Met het oog daarop ging sectorfederatie Fevia medio 2018 al een ambitieus engagement aan met de Vlaamse regering om tegen 2025 werk te maken van een veel duurzamer verpakkingsbeheer. Zo zou 65% van de plastic verpakkingen tegen 2023 al gerecycleerd moeten worden en moeten drankverpakkingen tegen 2025 voor de helft uit gerecycleerde materialen bestaan. Er werd inmiddels ook een nieuwe website gelanceerd waarop de consument zowel de globale vooruitgang als losse inititieven van grote voedingsbedrijven zoals Coca-Cola, Spadel, Nestlé of AB Inbev kan opvolgen.
 
“Dat plan is sinds begin 2019 echt op kruissnelheid gekomen en de eerste harde doelstellingen moeten al tegen 2023 gerealiseerd zijn”, maakt Jan Vander Stichele zich sterk. “We gaan hiermee vaak al een stuk verder dan de eisen die Europa stelt, maar we moeten ook eerlijk zijn: de grootste vooruitgang op dat vlak kan natuurlijk gemaakt worden via minder en slimmere verpakkingen. Daarom heeft onze speerpuntcluster Flanders’ Food nu net ook besloten om de krachten te bundelen met een aantal andere speerpuntclusters – onder meer de logistiek en de sector van de chemie en de kunststoffen – voor een gloednieuw project rond de voedselverpakking van de toekomst. Daarbij focussen we op meer circulaire of intelligente verpakkingen, maar ook op innovatieve logistieke processen.”

Proteïneshift

Een andere stevige maatschappelijke uitdaging die de voedingssector vandaag voorgeschoteld krijgt, is de strijd tegen overgewicht. In 2017 sloot de sector al een convenant af met minister van Volksgezondheid De Block. Daarin werd overeengekomen dat de porties die in de winkel te koop worden aangeboden tegen 2020 globaal 5% minder calorieën zouden bevatten dan in 2012. “Als we de cijfers over de sectoren heen bekijken, dan zitten we vandaag al min of meer aan dat streefcijfer”, geeft Jan Vander Stichele aan. “Dat is een trend die ook niet meer te stoppen valt.”
 
Min of meer in het verlengde hiervan zit ook de vraag naar andere – vooral dan niet-dierlijke – bronnen van eiwitten al enkele jaren sterk in de lift. Die zogenaamde proteïneshift is stilaan uitgegroeid tot een belangrijke bron van innovatie binnen de sector. Een tastbaar voorbeeld daarvan zijn bijvoorbeeld plantaardige burgers, die een steeds grotere voedingswaarde krijgen en stilaan uitgroeien tot een volwaardig alternatief voor burgers op basis van dierlijke eiwitten. Jan Vander Stichele: “In de zogenaamde food pilot van Flanders’ Food en ILVO in Melle zal er de komende jaren verder geïnvesteerd worden in een heuse plant protein pilot. Een pilootinfrastructuur zeg maar om verschillende soorten plantaardige grondstoffen te verwerken tot nieuwe, vleesachtige structuren. Tegelijk staan er in ons land ook almaar meer innovatieve spelers op die focussen op het potentieel van micro-organismen – tot zelfs microben – als nieuwe bronnen van eiwitten, zowel voor veevoeders als voor menselijke consumptie. Daar zit dus een stevige groeiniche voor innovatieve, hoogtechnologische bedrijfjes, maar ook voor de meer gevestigde bedrijven uit de vleessector.”
 
Bart Buysse wijst ook op de veel bredere impact die de sterk toegenomen maatschappelijke focus op meer duurzaamheid en alternatieve voeding vandaag heeft in de sector. “In elk voedingsbedrijf waar ik het voorbije jaar over de vloer ben gekomen, leerde ik dat er amper nog afvalstromen bestaan. Wat vroeger afval was, is vandaag een nevenstroom geworden, bijproducten voor menselijke of dierlijke consumptie. Neem nu de Tiense suikerfabriek: zij puren suiker uit suikerbieten, maar het restproduct daarvan gaat nu naar Citrique Belge, een chemisch bedrijf dat citroenzuur produceert voor onder meer frisdrankproducenten. Van het restant daarvan worden dan ook nog eens meststoffen geproduceerd, waardoor de cirkel dus min of meer rond raakt. Of neem nu onze brouwers: vroeger hadden ze tien liter water nodig om één liter bier te brouwen, vandaag is dat nog amper vijf liter. Gezondere voeding en een duurzamer productieproces zijn de voorbije jaren echt wel uitgegroeid tot een topprioriteit binnen de sector, maar de buitenwereld beseft dat soms nog onvoldoende.”

Taksen

Nieuwe voedingsgewoonten bieden dus nieuwe kansen, maar tegelijk wordt de lat voor bestaande bedrijven ook een stukje hoger gelegd. Hoe behoud je als voedingsproducent de textuur en smaak van je producten, terwijl je tegelijk ook rekening moet houden met de steeds grotere maatschappelijke focus op gezonde en minder calorierijke voeding? En hoe blijf je voldoende rendabel in een sector waarin de marges traditioneel eerder klein zijn, terwijl je tegelijk ook fors moet investeren in duurzamere verpakkingen en innovatieve productietechnieken? “Consumenten zijn doorgaans niet bereid om meer te betalen, en dat kan op termijn wel eens lastig worden”, waarschuwt Buysse. “Daarom ook dat wij er bij de overheid op blijven aandringen om radicaal komaf te maken met een aantal taksen. Gaande van de hoge accijnzen over de verpakkingstaks tot de zogenaamde gezondheidstaks. Heel wat voedingsproducten zijn hier vandaag al 12 tot 15% duurder dan in het buitenland, en die situatie is niet langer houdbaar. Steeds meer Belgen trekken de grens over voor hun voedingsaankopen en dat weegt dus ook op onze binnenlandse omzet. Eén Belg op drie gaat al gemiddeld negen keer per jaar over de grens shoppen en dat aandeel neemt nog lichtjes toe. Bovendien zijn we nu stilaan op een punt aanbeland dat het verlies aan inkomsten voor de overheid door de slinkende omzet groter is geworden dan de inkomsten die alle taksen diezelfde overheid opleveren. Om nog te zwijgen van het verlies aan werkgelegenheid. Als je dat allemaal op een rijtje zet, dan wordt het natuurlijk een absurd verhaal.”
 
Dit artikel verscheen in Top Industrie, die in pdf beschikbaar is.
 
 

Interesse in een sectoranalyse?

De SectorTop is een analyse van de 50 grootste ondernemingen uit een specifieke sector. U krijgt rankings en grafieken voor 30 kerncijfers en ratio's op het vlak van rentabiliteit, solvabiliteit, liquiditeit en toegevoegde waarde. Nadien nemen we elk bedrijf afzonderlijk onder de loep, met de individuele trend per kerncijfer en mediaan van de sector. Info en bestellen


 
Terug
Inschrijven nieuwsbrief Uw advertentie in onze nieuwsbrief?
Infotheek
Nieuw Algemeen Reglement op elektrische installaties

Nieuw Algemeen Reglement op de elektrische installaties (AREI) wordt op 1 juni van kracht
 

European comparison of electricity and natural gas prices

A European comparison of electricity and natural gas prices for residential, small professional and large industrial consumers
 

FAQ gevolgen van coronacrisis op aanvullende pensioenen

FAQ over de gevolgen van de coronacrisis op de aanvullende pensioenen

Wetstraat
Misbruik economische afhankelijkheid - onrechtmatige bedingen - oneerlijke marktpraktijken

Wet tot wijziging van de wet van 4 april 2019 houdende wijziging van het Wetboek van Economisch Recht met betrekking tot misbruiken van economische afhankelijkheid, onrechtmatige bedingen en oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen - BS 29 mei, p. 38.497

Consumentenkrediet: hoe de crisis te doorstaan

Wet betreffende het consumentenkrediet, teneinde de kredietnemers van dergelijke kredieten te helpen de door het coronavirus veroorzaakte crisis te doorstaan - BS 29 mei, p. 38.498

Wijziging bepalingen betreffende inschrijving in KBO en uitstel solden

Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Wetboek van economisch recht wat de inschrijving in de KBO en uitstel van de solden betreft - BS 29 mei, p. 38.501