Vinden

Top Transport - Logistiek - Veel werk aan digitale dataplatformen

Van de Brexit tot de coronapandemie: de actualiteit van de voorbije maanden heeft de druk op de logistieke sector om sneller te digitaliseren enkel maar opgevoerd. En hoewel er steeds meer digitale deelplatformen opduiken, is het nu vooral wachten op innovatieve toepassingen die al die gedeelde data ook echt meerwaarde kunnen geven. (Filip Michiels)

De kans is behoorlijk groot dat 2020 de geschiedenisboeken zal ingaan als het jaar waarin de e-commerce wereldwijd écht volwassen werd. Dat mag ook blijken uit de eerste – nog onvolledige – cijfers voor ons land. Terwijl de Belgen in de eerste drie kwartalen van 2019 voor 3,7 miljard euro online producten kochten, liep dat cijfer in dezelfde periode vorig jaar al op tot 4,9 miljard euro. De coronapandemie heeft de online-verkoop dus een stevige boost gegeven, en volgens het BeCommerce-platform hield die groei ook gewoon aan toen de winkels heropenden na de eerste lockdown.

Onder meer die trend stelt een aantal grote uitdagingen voor de logistieke sector in ons land opnieuw op scherp. De snelle groei van de e-commerce, ook van buiten Europa, zorgt voor veel meer douaneformaliteiten en voor een pak meer communicatie tussen de afhandelaars en andere betrokken partijen. Tegelijk dreigt ook de Brexit voor de Vlaamse havens tot een pak meer administratieve rompslomp te leiden. In dat opzicht deed de Logistics performance indexvan de Wereldbank bij het Vlaamse Instituut voor de Logistiek (VIL) eerder al een aantal alarmbellen afgaan. België deed het in die vergelijkende index relatief goed, maar op vlak van douane en communicatie met de overheid scoorde ons land wel opvallend minder goed dan de buurlanden. “Mede daarom hebben we vanuit het VIL twee jaar geleden het project Digital Gateway to Governmentopgestart”, vertelt projectleider Gunther Storme. “Er zijn de voorbije jaren al flink wat stappen gezet in de digitalisering van heel wat logistieke processen in onze havens of luchthavens, maar pen en papier zijn er absoluut nog niet volledig verdwenen. En ook als de communicatie al per mail gebeurt, loopt die nog regelmatig fout. Dit project heeft ons toegelaten om te experimenteren met nieuwe digitale oplossingen die kunnen bijdragen tot een vlottere communicatie tussen enerzijds bedrijven die in hun logistieke stroom geconfronteerd worden met grenscontroles en anderzijds de betrokken overheidsdiensten. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de federale overheidsdienst Douane & Acijnzen, maar ook aan het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) of het Federaal Agentschap voor de Nucleaire Controle (FANC).”

Ecosysteem voor slimme havens

Digitale dataplatformen zullen zich de komende jaren ontpoppen tot dé hefboom voor een efficiëntere logistiek. Daar is ook onderzoeker Wouter Van Bockhaven rotsvast van overtuigd. In de schoot van de Antwerp Management School startte hij in 2019, in samenwerking met een hele rist externe partners, het SPEED-onderzoeksproject (Smart Ports Entrepreneurial Ecosystem Development) op. Dat moet op termijn uitmonden in een innovatief ecosysteem voor zogenaamde slimme havens, dat een brug kan slaan tussen de logistieke havennetwerken en innovatieve, datagebaseerde  toepassingen op maat van het bedrijfsleven. Dat dit lang geen overbodige luxe is, mag blijken uit dit ene cijfer: in sommige gevallen wordt het prijskaartje van het hedendaagse containertransport voor de helft bepaald door de kost van de daaraan verbonden papierwinkel.

Toch maakt Van Bockhaven meteen ook een stevige kanttekening bij een al te blind geloof in datagebaseerde platformen waarop alle verschillende spelers binnen pakweg een grote haven elkaar vinden. “Zo’n digitaal platform lost op zich weinig op. Het zijn de concrete toepassingen die er vervolgens voor ontwikkeld worden die het échte verschil zullen maken. Natuurlijk zorgen gedeelde data voor een snellere doorlooptijd in havens of luchthavens, maar eigenlijk begint het dan pas. Je moet ook een interface ontwikkelen die ervoor zorgt dat de juiste data bij de juiste partijen belanden, waarna toepassingen op maat voor échte toegevoegde waarde kunnen zorgen. We weten intussen ook uit ervaring dat de bouw van die platforminfrastructuur al snel enkele miljoenen opslorpt. Welnu, heel wat betrokken partijen in de logistieke keten laten zich daardoor al afschrikken, net omdat ze op korte termijn niet inzien wat zij daar nu precies bij te winnen hebben. Hierin ligt vandaag misschien wel het grootste risico: er dienen zich stilaan tal van innovatieve oplossingen aan, maar die zitten nog vol kinderziekten. Dat maakt het extreem lastig om een behoorlijke conservatieve sector, die dan ook nog eens heel hard op de centen let, over de streep te trekken.”

Voor Karen Van Brussel, de coo van het datadeelplatform van de Antwerpse haven Nxtport, heeft de actualiteit van de voorbije maanden nochtans overtuigend aangetoond dat de logistieke spelers heel veel te winnen hebben bij een veel grotere digitalisering. “Het gebruik van massaal veel data kan ertoe bijdragen dat ketens ook in moeilijke omstandigheden kunnen blijven draaien. Op dat vlak is er nog flink wat efficiëntiewinst te boeken. Bedrijven zitten op massaal veel data, maar ze moeten die nog veel meer met elkaar delen. Daarom hebben we nood aan open ecosystemen die bedrijven uit eenzelfde keten met elkaar verbinden.” Laat dat nu net ook het uitgangspunt zijn van Nxtport: het platform wil het logistieke afhandelingsproces in de haven een stuk versnellen door alle bestaande data van belangrijke spelers in de Antwerpse haven te ontsluiten. In een tweede fase hoopt Nxtport dat er, dankzij al die data, ook nieuwe toepassingen ontworpen zullen worden op maat van al die spelers.

Chemische reacties

“We merkten dat er in de maritieme sector nog al te vaak in silo’s gedacht werd”, geeft Van Brussel aan. “Mede hierdoor bleef de optimalisering van bestaande processen vaak beperkt tot het eigen stukje van de keten, en werd er niet in functie van de volledige flow gedacht. Terwijl de druk vanuit onze industriële klanten, die qua innovatie vaak al enkele stappen verder staan, nochtans stevig toeneemt.” Ze wijst ook op een aantal andere externe factoren die de druk op de logistieke spelers in de haven opvoeren. Zo kampt de transportsector al enkele jaren met een groeiend tekort aan chauffeurs, waardoor autonome transportmodi stilaan aan belang winnen. Ook de Europese green dealzal logistieke spelers dwingen om hun ecologische voetafdruk te verkleinen, en daarbij kunnen digitale toepassingen een deel van de oplossing vormen.

De eerste aanzet tot het Nxtport-project kwam vanuit de chemische sector. “Heel wat chemische bedrijven zagen zich geconfronteerd met allerlei problemen met het zogenaamde cleaning-certificaat. Op dit papieren document werd aangegeven welke producten ook voor de huidige lading in een tank hadden gezeten, zodat er geen gevaarlijke chemische reacties zouden optreden. Het moest telkens door alle betrokken partijen worden ingevuld, wat uiteraard tot heel wat tijdverlies leidde en niet meteen bijzonder efficiënt was. Die vaststelling heeft finaal tot een nieuwe digitale applicatie geleid waarin alle data worden samengebracht, zodat het papieren document kon worden afgevoerd.”

Omdat het delen van allerlei data met sectorgenoten nu eenmaal bijzonder gevoelig ligt, is het platform – dat in de cloud zit – opgedeeld in zogenaamde kluizen. De data- eigenaar beslist zelf wie inzicht krijgt in de data die in een bepaalde kluis aanwezig zijn en waarvoor die dan precies gebruikt mogen worden. Naast alle aangesloten bedrijven legt het systeem ook connecties met de betrokken overheden, zoals de douanediensten. Op een ander niveau worden er, op basis van die data, vervolgens ook nieuwe logistieke toepassingen gebouwd door externe bedrijven. “Vandaag zitten we al aan een dertigtal applicaties en API’s, die dan bijvoorbeeld specifiek mikken op de containerbusiness of op zogenaamde first- of last-miletoepassingen. Hierdoor hopen we de digitalisering van de logistieke keten ook buiten de haven door te trekken”, klinkt het. “We hebben intussen al een duizendtal gebruikers, maar dat aantal neemt nog dagelijks toe. Essentieel in de uitbouw van dit soort bredere platformen is het vertrouwen van die gebruikers. We merken wel dat ons platform nu al voor flink wat tijdwinst zorgt. Net omdat er bij de meeste logistieke handelingen nu ook eenmaal flink wat verschillende partijen betrokken zijn, vormen te lange wachttijden een groot probleem in de meeste havens. Bij bulkschepen liggen activiteiten dan soms urenlang stil omdat informatie van de vorige in de keten uitblijft. Als alle betrokken partijen hun data delen, dan worden die ook meteen zichtbaar, waardoor er heel wat tijd kan worden gewonnen. Het komt er nu echt op aan om alle betrokken partijen samen te brengen en hen duidelijk te maken welke voordelen het delen van data en de verregaande digitalisering die daaruit voortvloeit kunnen opleveren. Je creëert zo al heel snel een sneeuwbaleffect.”


Amazon

Mondiale retailreuzen genre Amazon of Alibaba hebben de voorbije jaren absoluut niet stilgezeten. Zij investeerden al miljoenen in de achterwaartse digitale integratie van hun keten, waardoor ze vandaag al veel verder staan dan de doorsneehaven of -luchthaven. Die trend houdt voor de klassieke logistieke spelers een stevig risico in, waarschuwt Wouter Van Bockhaven (Antwerp Management School). “Die spelers staan grotendeels buiten de klassieke logistieke keten maar nemen nu wel resoluut het voortouw, waardoor hun systemen uiteindelijk de nieuwe standaard zullen gaan vormen. Als de logistieke spelers geen versnelling hoger schakelen, dreigen ze op termijn nog enkel afnemer te worden van de standaarden en voorwaarden die retailreuzen hen opleggen.”

Voor Van Bockhaven komen de inspanningen die nu onder meer in de havens van Antwerpen en Rotterdam gedaan worden om nieuwe datagebaseerde toepassingen te bouwen dan ook geen dag te vroeg. Ook de overheid zou hierin een rol kunnen spelen, vindt hij. “Ik pleit er niet voor om altijd en overal naar de overheid te kijken, maar pakweg de havenautoriteiten zelf of de douanediensten zouden andere spelers bijvoorbeeld wel naar zo’n centraal dataplatform kunnen lokken met bepaalde kortingen of andere initiatieven. Maar we moeten ook realistisch zijn: ons onderzoek leert ons dat de logistieke sector in deze toch vaak nog zijn eigen grootste

vijand is. Sectorspelers bekijken de mogelijke baten te veel op korte termijn, ze investeren enkel in hun eigen achtertuin of ze zijn niet meteen geneigd hun data ter beschikking te stellen. Terwijl dergelijke data pas écht waarde krijgen als je ze breed gaat delen. En let wel: we spreken vandaag nog lang niet over zogenaamde big data, waarop je dan allerlei algoritmes kan loslaten. Het gros van de logistieke spelers in onze havens zit vandaag nog op het niveau van PDF-files en excel-bladen.”


Dit artikel is verschenen in Top Transport die beschikbaar is in pdf.

Interesse in een sectoranalyse?

De SectorTop is een analyse van de 50 grootste ondernemingen uit een specifieke sector. U krijgt rankings en grafieken voor 30 kerncijfers en ratio's op het vlak van rentabiliteit, solvabiliteit, liquiditeit en toegevoegde waarde. Nadien nemen we elk bedrijf afzonderlijk onder de loep, met de individuele trend per kerncijfer en mediaan van de sector. Info en bestellen

Terug
Inschrijven nieuwsbrief Uw advertentie in onze nieuwsbrief?
Infotheek
Prijzenobservatorium - Jaarverslag 2020

Prijzenobservatorium - Jaarverslag 2020
 

Zorgplicht

Zorgplicht

RVA - Jaarverslag

RVA - Jaarverslag 2020

 

Wetstraat
Recht op klein verlet bij toediening vaccin tegen Covid-19

Wet houdende toekenning van een recht op klein verlet voor werknemers met het oog op het toegediend krijgen van een vaccin ter bescherming tegen het coronavirus Covid-19 - BS 9 april, p. 31.925

Evenredigheidsbeoordeling bij beroepsreglementering in gezondheidssector

Wet betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan de invoering of de wijziging van een beroepsreglementering in de gezondheidssector - BS 9 april, p. 31.932
 

Antigeen- en zelftesting

Wet inzake antigeen- en zelftesting - BS 7 april, p. 31.776