Vinden

Top ICT - Telewerken beleeft opnieuw hoogdagen

Zowat een jaar geleden werden we plots voor een voldongen feit geplaatst: het coronavirus had in de bedrijfsomgeving de ideale context gevonden om zich snel te verspreiden en dus moest iedereen in de mate van het mogelijke gaan telewerken – lees: vooral werken van thuis uit. En dat had (en heeft) uiteraard een grote impact op de samenwerking met onze collega’s, op onze sociale contacten, onze privé-omgeving, onze connectiviteit, enz. (Frans Godden)

Eerlijk: telewerken is terug van eigenlijk nooit weggeweest. Hoewel het in de vorige eeuw vaak beschouwd werd als de zoveelste hype in de ICT-wereld, werd de grondslag ervan reeds in de jaren ‘70 in de Verenigde Staten gelegd. Na de oliecrisis groeide het besef dat informatietechnologie een belangrijk hulpmiddel zou kunnen zijn om brandstof te besparen. Jack Nilles, die in de vakliteratuur wel eens de peetvader van telewerken genoemd wordt, was één van de eerste auteurs die al in 1976 het enorme potentieel van de toen nog prille informatietechnologie inzag om te ontsnappen aan de toenemende verkeersproblematiek.  In zijn beroemde werk The telecommunications-transportation trade-off introduceerde hij namelijk het begrip telecommuting, wat later in Europa meestal als telewerkenwerd omschreven. Nilles zag telecommuting vooral als de oplossing voor de verkeers- problemen want door het gebruik van moderne computer- en communicatietechnologieën zou de werknemer zijn taken veel dichter bij huis kunnen uitvoeren en zich veel minder hoeven te verplaatsen. In de nasleep van de energiecrisis in 1973 konden zijn ideeën dan ook op veel bijval rekenen vanwege zowel de overheid als het bedrijfsleven.

Remmen op technisch...

In de Verenigde Staten is men dan ook vrij vroeg op de kar van telecommuting gesprongen, vooral onder de invloed van de U.S. Clean Air Act, die bedrijven met meer dan 100 werknemers verplichtte alternatieven te zoeken voor het autogebruik. In Europa was het wachten tot de jaren ‘80 alvorens telewerken ook daar stelselmatig zijn intrede begon te doen. De hoge uitrustings- en communicatiekosten verklaren tot op zekere hoogte waarom telewerken niet echt op gang kwam, en bovendien was ook de technische infrastructuur niet of nauwelijks klaar voor het werken-op-afstand: de telecomverbindingen waren vaak te traag en te weinig betrouwbaar en de technologie onvoldoende ontwikkeld. De doorbraak van nieuwe telecommunicatietechnologieën als kabel en DSL met in hun kielzog het alomtegenwoordige internet, heeft er nochtans voor gezorgd dat werken buiten het bedrijf een totaal andere dimensie kreeg, met een volledige transparantie en een probleemloze toegankelijkheid.

... en sociaal vlak

Waarom heeft die echte doorbraak dan zo lang op zich laten wachten? Omdat zowel het socio-economisch als het technologisch kader niet echt een aanmoediging vormden om de stap te zetten teneinde “het werk naar de werkers te brengen in plaats van de werkers naar het werk”. Tot kort vóór de eeuwwisseling was in de meeste landen het statuut van de telewerker slecht of helemaal niet gedefinieerd – laat staan beschermd, met alle risico’s vandien voor die telewerker zelf. Maar ook managementsgewijs was de organisatie van de bedrijven hoegenaamd niet aangepast aan het fenomeen van de thuiswerker – aspecten als controle op het thuiswerken, informatiedoorstroming en de samenwerking met collega’s lieten nog torenhoge vraagtekens staan achter het statuut van de thuiswerker. Duidelijke richtlijnen in nieuwe arbeidsreglementen en wetten of Koninklijke Besluiten hebben dan op het einde van de vorige eeuw het socio-economisch kader eindelijk vorm gegeven.

Volgens Statbel, het Belgische statistiekbureau dat al sedert 1992 cijfers over thuiswerk verzamelt, werkte in het begin van de jaren 2000 slechts 6 tot 8% van de loontrekkenden van thuis uit. In de voorbije jaren is dat cijfer steeds in stijgende lijn gegaan tot bijna 19% in 2019 – of zowat één werknemer op vijf die van thuis uit werkte. COVID-19 heeft dan voor een enorme boost gezorgd waardoor vorig jaar 29% van de loontrekkenden in een thuiskantoor zat. En opvallend: ruim 41% van die thuiswerkers is pas door de coronacrisis met thuiswerk begonnen en zij die al thuiswerkten geven aan dat ze het nu nog meer doen dan voorheen.

Stijging internetverkeer

Dat alles heeft zich in het voorbije jaar duidelijk vertaald in records voor het internet- en belverkeer. Uit een analyse van Telenet bij zijn ruim 1,8 miljoen klanten blijkt het internetverkeer over zijn netwerk vorig jaar met 60% te zijn toegenomen. In normale tijden groeit het jaarlijks met zo’n 30%. Dat is volgens de provider op de eerste plaats toe te schrijven aan streaming, maar ook online shopping, thuiswerk en online les volgen zorgden voor een verhoging van surfen en browsen met 43%. Ook socialemediakanalen als Facebook, Whatsapp en Messenger zagen 30% meer verkeer. En vooral opmerkelijk: het aantal videogesprekken verdubbelde bijna, quasi volledig toe te schrijven aan toepassingen als Zoom, Microsoft Teams, Google Meet of Cisco Webex. Immers, waar vroeger een telefoongesprek meestal volstond om een onderwerp kort te bespreken, hebben door het wegvallen van de fysieke contacten nu zowel werkgevers als werknemers een duidelijke behoefte aan een beeld/klankcombinatie voor een meer uitvoerige uitleg. Uit de cijfers van Telenet blijkt ook dat onze telefoongesprekken gemiddeld twee keer langer duren dan voordien, zowel op het vaste als op het mobiele netwerk. Wel bleven grote pieken in het mobiele dataverkeer uit (al viel er nog wel een stijging te noteren tegenover 2019). “Logisch”, zegt Micha Berger, Chief Technology and Information Officer van Telenet, “want de mensen die thuis werken, gebruiken hun vaste verbinding en het wifi-netwerk in plaats van 4G. Wel blijkt dat we zwaardere berichten sturen: nu er minder sociale contacten mogelijk zijn, worden er meer foto’s en filmpjes gedeeld”.

Uiteraard heeft die toename van het internetverkeer zware eisen gesteld aan de netwerken, en de belangrijkste Belgische operatoren (Telenet, Proximus, Orange en VOO) hebben vorig jaar dan ook positief gereageerd op een oproep van Test Aankoop om hun klanten tijdelijk een onbeperkt surfvolume te garanderen. Wie comfortabel wil videobellen, streamen of surfen met meerdere gebruikers tegelijk, moet immers over voldoende datavolume beschikken. Om bijvoorbeeld in groep vlot met Zoom of Google Meet te kunnen werken, heb je al gauw een snelheid van 3 Mbps (Megabit per seconde) nodig, en een klein videobestand van 300 MB uploaden naar je correspondent zal je snel 5 tot 10 minuten kosten al naargelang de snelheid van je internet. Om je een idee te geven: wij halen bijvoorbeeld thuis gemiddeld een downloadsnelheid van 58 Mbps en een upload van zo’n 14,5 Mbps, weliswaar over een Powerline – rechtstreeks aan de modem zou die download meer dan het dubbele kunnen bedragen.

Basisvoorwaarden voor telewerken

En dat brengt ons bij de technische kant van het telewerkverhaal. Wie wil telewerken, moet op de eerste plaats zorgen voor de nodige connectiviteit, anders wordt het een dagelijkse frustratie. Algemeen kan je stellen dat een vaste internetverbinding daarbij een sine qua non is, vooral omwille van de grotere werkzekerheid tegenover mobiele connecties. Zeker, het mobiele datanetwerk is de voorbije jaren substantieel betrouwbaarder en ook sneller geworden en vaak kan het zelfs vaste netwerken overtreffen, vooral nu 5G op de drempel staat te trappelen – maar je hebt nooit de zekerheid van een honderd procent stabiele verbinding zoals bij een vast netwerk.

Hetzelfde geldt voor de thuissituatie: als je rechtstreeks aan de kabel kan hangen met je computer, heb je altijd een snelheidsvoordeel tegenover wifi – overal dezelfde constante snelheid, geen signaal dat varieert al naargelang de instap van andere wifi-gebruikers in je huishouden. Dat is, zoals eerder al aangehaald, vooral belangrijk als je ook gaat videovergaderen. Meestal zal je thuissnelheid wel volstaan voor een vlot gesprek, maar als je met meerdere personen op hetzelfde netwerk vergadert en tegelijkertijd bijvoorbeeld mail of een film downloadt, dan kan je in de problemen geraken. Vooral ook omdat je uploadsnelheid meestal een pak lager ligt dan de download – en dan kan je correspondent wel wat schokkerige beelden (en dito klank) voorgeschoteld krijgen.

Werken van thuis uit heeft voor heel wat werknemers wel een nieuwe wereld doen opengaan – samenwerking op afstand. De hogergenoemde toepassingen maken het niet alleen mogelijk van om het even waar te werken maar stellen je ook in staat om gezamenlijk projecten op te zetten, bestanden te bekijken en bespreken, met video indien gewenst. En dat alles zonder dat het bedrijf noch de werknemer moeten investeren in nieuwe infrastructuur. Best van al: er komt nagenoeg geen opleiding bij kijken, alles is zo gebruiksvriendelijk dat haast iedereen er onmiddellijk mee aan de slag kan.

VPN

Een technologie die centraal in die infrastructuur staat en die dankzij telewerken nu tot volle ontplooiing is gekomen, is VPN. De term staat voor Virtual Private Network, zeg maar een beveiligde verbinding tussen jouw computer en bijvoorbeeld een bedrijfsnetwerk. Al je internetverkeer wordt dan via een externe server door een versleutelde tunnel gestuurd die moeilijk te hacken is door cybercriminelen en die je ook een hoge graad van anonimiteit geeft, want je locatie en je IP-adres zijn niet zomaar voor iedereen meer zichtbaar. Zo goed als alle telewerkers maken (verplicht) gebruik van een VPN in hun informatie-uitwisseling met de werkgever, zowel voor videoconferencing als voor het doorsturen, raadplegen en ontvangen van bestanden. Overigens: VPN’s worden al jaren gebruikt in een klassieke bedrijfscontext voor de interactie tussen klanten en leveranciers en ze zijn ook populair bij consumenten om regiobeperkingen te omzeilen die onder meer streamingdiensten opzetten om te vermijden dat je bijvoorbeeld in België een film zou kunnen bekijken die op een Amerikaanse website te zien is, lang vóór hij in Europa beschikbaar komt. Of je kan gratis een 0800-nummer in de VS bellen door via een VPN bij een Amerikaanse provider in te loggen.

Via VPN kan de thuiswerker dus toegang krijgen tot het bedrijfsnetwerk alsof hij gewoon op kantoor zit te werken. Bedrijven beschikken daartoe over een waaier van tools, van programma’s die chat, videoconferencing en bedrijfstelefonie combineren, via platformen als Sharepoint of Google Workspace om samen aan documenten te werken. Alle gegevens blijven bij het telewerken steeds centraal gestockeerd op de servers van het bedrijf of op een locatie in de cloud die altijd voor iedereen bereikbaar moet zijn. Volgens een recent rapport van dienstverlener Deloitte, Technology, Media & Telecommunications (TMT) Predictions 2021, werkt de coronapandemie het cloudgebruik nu sterk in de hand. De analisten voorspellen dat de omzetgroei uit cloudactiviteiten tussen 2021 en 2025 groter zal zijn dan 30%. Overigens is ook de totale telecommarkt vorig jaar met 7% gegroeid, zo blijkt uit een rapport van de Dell’Oro Group, meteen de snelste groei sedert 2011.

Geen weg terug

Eén ding heeft het voorbije jaar alvast duidelijk gemaakt: er is geen radicale weg terug. “Voor velen onder ons is het werk voorgoed veranderd”, zegt Ed Stevens, stichter en CEO van Preciate, een softwareplatform voor de evaluatie van werknemers, los van officiële bedrijfsevaluaties. “Heel wat mensen zijn nu zo gewend aan de nieuwe manier van thuiswerken die hen helpt tijd en geld te besparen, ze willen gewoon niet meer volledig terug naar de oude manier van werken. Wij verwachten dat één op vijf minstens één dag per week van thuis uit zal werken, en dat we dus veel hybride werkvormen zullen zien van kantoor- en thuiswerk”. Die tendens vinden we ook terug in een recent onderzoek van SurveyMonkey, één van ’s werelds grootste marktonderzoekers, rond de toekomst van het werken. 65% van de thuiswerkers geeft daarin te kennen dat ze de voorkeur geven aan zo’n hybride model waarin ze hun tijd kunnen verdelen tussen kantoor en thuis.

Ook een recent onderzoek van KPMG, 2021 CEO Outlook Pulse Survey, bevestigt die stelling. Driekwart van de 500 ondervraagde CEO’s verwacht een versnelde digitalisering van hun operaties. 52% denkt vooral in termen van meer security, 50% mikt op meer klantgerichte technologieën, en een gelijkaardige groep wil vooral meer digitale communicatie zoals videoconferenties en berichtendiensten. Het einddoel is duidelijk: zich onderscheiden van de concurrentie via digitale connectiviteit met de klanten.


Dit artikel is verschenen in Top ICT die beschikbaar is in pdf.

Interesse in een sectoranalyse?

De SectorTop is een analyse van de 50 grootste ondernemingen uit een specifieke sector. U krijgt rankings en grafieken voor 30 kerncijfers en ratio's op het vlak van rentabiliteit, solvabiliteit, liquiditeit en toegevoegde waarde. Nadien nemen we elk bedrijf afzonderlijk onder de loep, met de individuele trend per kerncijfer en mediaan van de sector. Info en bestellen

Terug
Inschrijven nieuwsbrief Uw advertentie in onze nieuwsbrief?
Infotheek
Belastingvoordeel voor de kwijtschelding van huur

Circulaire over het belastingvoordeel voor de kwijtschelding van huur

 

Rapport Rekenhof inzake fiscale regularisatie

Rapport van het Rekenhof inzake fiscale regularisatie

 

Niet-recurrente bedrijfsresultaatsgebonden voordelen

Niet-recurrente bedrijfsresultaatsgebonden voordelen - Een instrument om de werknemersprestaties te bevorderen

 

Wetstraat
Model aangifteformulier belasting van niet-inwoners

Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake belasting van niet-inwoners (vennootschappen, verenigingen, enz.) voor het aanslagjaar 2021 - BS 26 mei, p. 54.806
 

Aangifte formulier inzake rechtspersonenbelasting

Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake rechtspersonenbelasting voor het aanslagjaar 2021 - BS 26 mei, p. 54.793
 

Vastlegging model van formulier Wetboek van de inkomstenbelastingen

Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van formulier als bedoeld in artikel 307, § 1/2, vierde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 - BS 3 mei , p. 41.979