Vinden

Top Bouw - Visie - 10 uitdagingen voor de bouw richting 2030

De bouw heeft er, net als tal van andere sectoren, een beroerd 2020 opzitten omwille van het coronavirus. De economische activiteit van de sector nam vorig jaar met 7,5 procent af. Een dreun die kan tellen. (Bijdrage Confederatie Bouw)

Nochtans herstelde onze sector zich licht na de eerste lockdown, in april en mei met andere woorden, maar de tweede lockdown in november zorgde opnieuw voor rake klappen in de bouw. De orderboeken raakten snel leeg of leger dan normaal bij de helft van de bouwbedrijven, er doken liquiditeitsproblemen op bij één derde van de bouwfirma’s en de quarantaineregels zorgden voor tragere uitvoeringstermijnen bij bedrijven die met buitenlandse werknemers werkten.

Particulieren zorgden er tijdens de lockdown dan wel voor om hun woonst te verfraaien, maar dat deden ze meestal zelf, dus zonder de hulp van een externe bouwexpert. Een dalende vraag leidde tot een lager zakencijfer bij de meeste bouwbedrijven. Ook al verwacht de sector in 2021 een economische groei van 8 procent, we zullen pas in 2022 opnieuw op het economisch niveau van 2019, voor de coronacrisis met andere woorden, zitten. De bouwbedrijven zijn derhalve weinig optimistisch wat de evolutie van hun personeelsbestand betreft. Zo verwacht 31% van de bouwbedrijven in 2021 een daling van het personeel, tegenover 12% die een toename verwacht. Het personeelsbestand in de bouw zou in 2021 met 1,6% afnemen.

Coronavirus of niet, toch moeten we verder kijken en de blik op 2030 richten, want er komen nog heel wat uitdagingen aan die de bouwsector de baas zal moeten kunnen. Naast onverwachte situaties zoals het Covid-19-virus, dat op zeer korte tijd ravages aanrichtte maar ons vanwege die snelheid weinig voorafgaande interventies toeliet, komen er ook gebeurtenissen op ons af die we wel uiterst nauwkeurig kunnen definiëren en waarop we ons goed kunnen voorbereiden. Wij lijsten er 10 op.

Digitalisering

Op dit moment gebruiken bouwbedrijven digitale toepassingen vooral om hun administratie te beheren, zoals boekhoudprogramma’s, rekenbladen en CRM. Maar daar stopt het grotendeels. Disruptieve toepassingen zoals 3D-printing en -scanning, drones, robotisering en BIM zullen in de nabije toekomst niet meer weg te denken zijn uit de bouwsector. Uit onderzoek dat de Confederatie Bouw in 2017 en in 2019 voerde, blijkt dat momenteel een absolute minderheid met die technologieën werkt. De bouwsector in ons land moet waakzaam zijn en vooral een tandje bijsteken. Bepaalde technologieën niet integreren, zal op korte termijn al voor een serieuze concurrentiehandicap zorgen ten opzichte van buitenlandse bouwbedrijven. Anderzijds is de Confederatie Bouw er wel van overtuigd dat de bouw in ons land sowieso een digitale koers zal volgen. Het komt er nu op aan om de sector goed te begeleiden in de transitie naar deze nieuwe technologieën.

Gezocht: werknemers

Na ettelijke jaren met aanzienlijk banenverlies in de bouw, veerde de sector weer op in 2016 en 2017. Nu de coronacrisis de hele economie een lelijke loer draait, is het koffiedik kijken wat de vacatures op korte termijn betreft, maar wat zeker is, is dat de bouw ook qua tewerkstelling de komende jaren voor hete vuren staat. Daarom moet onze sector er alles aan doen om het beeld dat jongeren maar ook minder jongeren van de bouw hebben bij te stellen. Zo moeten we duidelijk aantonen dat de bouw een sector is die stevig aan het digitaliseren en aan het industrialiseren is. Baksteen en beton behoren uiteraard nog steeds tot onze werkinstrumenten, maar evenzeer drones en 3D-printers.

Nieuwe woonvormen

Op demografisch vlak is er de afgelopen jaren al heel wat veranderd in ons land. Zo zijn er meer singles, meer eenoudergezinnen en meer ouderen die nog zo veel mogelijk zelfstandig willen blijven leven. Bovendien zullen die tendensen ook de komende jaren alleen maar in sterkte toenemen. De bouwsector zal hierop steeds meer moeten inspelen. De klassieke gezinswoning zal minder in trek zijn, terwijl andere woonvormen, zoals de kangoeroewoning, de assistentiewoning of het tiny house, aan populariteit zullen winnen.

Meewerken aan een beter leefmilieu

Woningen en gebouwen zijn in ons land verantwoordelijk voor 40 procent van de CO2-uitstoot. Driekwart van de woningen dateert van voor 1985, toen er nog geen energienormen bestonden. Woningen en gebouwen zijn met andere woorden stevige vervuilers. Onze sector kan daar verandering in brengen, maar kan dat niet alleen. De beleidsmakers moeten meewillen. Daarom schuift de Confederatie Bouw op federaal vlak een aantal noodzakelijke maatregelen (o.a. de financiering van energetische renovatie stimuleren) naar voren om de schadelijke uitstoot van koolstofdioxide te verminderen. Op die manier hebben we aan het eind van dit decennium een merkelijk energiezuiniger woning- en gebouwenbestand.

Verouderde infrastructuur moderniseren

Ons land hinkt fel achterop qua infrastructuur. Heel wat voorzieningen hebben hun beste tijd gehad of ontbreken gewoon, terwijl werken eraan op de lange baan worden geschoven. Tussen 2020 en 2030 is met andere woorden een enorme inhaalbeweging nodig om van ons openbaar domein (overheidsgebouwen, wegen, spoorwegen, waterwegen, …) weer een plaats te maken die aan alle standaarden voldoet. De bouwbedrijven zijn op dat vlak uiteraard bondgenoten en zullen in staat zijn om die omvangrijke reeks werken tot een goed einde te brengen.

Manke mobiliteit vlot trekken

De filekilometers worden jaar na jaar langer en het openbaar vervoer biedt te weinig alternatieven en troeven om pendelaars van de weg te houden. Er is een grote investeringsoperatie nodig in wegen en in openbaar vervoer om de mobiliteit in ons land weer vlot te trekken en klaar te stomen voor de uitdagingen van de toekomst. Investeren in infrastructuur levert een cruciale bijdrage aan economische groei. Zonder goed onderhouden wegen kan een economie niet floreren. Zeker onze economie niet die zwaar inzet op logistiek en export.

Duaal leren en bouwonderwijs stimuleren

In landen als Duitsland en Zwitserland volgt de meerderheid van de leerlingen een duaal leertraject. Bij ons is het systeem veel minder populair, ondanks recente inspanningen van de regionale regeringen op dat vlak. Het aantal leerlingen dat bouwonderwijs volgt, is zelfs al eventjes dalend in ons land. Nochtans is de uitstroom van dat type onderwijs, net als bij duaal onderwijs, van kapitaal belang voor de bouwsector die met een tekort aan nieuwe rekruten zit. Waar ligt het probleem dan? Veeleer bij de ouders die nog altijd willen dat hun kinderen voor een ASO-studierichting kiezen en, mocht dat niet lukken, opteren voor een technische studierichting (TSO).

Bouwen aan de stad van de toekomst

De stadsvlucht is tot een einde gekomen. Steden winnen opnieuw aan populariteit en zien hun aantal inwoners aangroeien. De redenen hiervoor zijn legio: nabijheid van winkels en diensten, vlot openbaar vervoer, geen urenlang pendelgedrag, … De stad speelt in op de noden van steeds meer mensen. In 2008 was de stedelijke bevolking wereldwijd voor het eerst in de geschiedenis groter dan de plattelandsbevolking. Tegen 2050 zal naar schatting twee derde van de wereldbevolking in steden wonen. De bouwsector moet daarop inspelen.

Lagere personenbelasting is een must...

...maar niet ten koste van de vastgoedfiscaliteit. Een algemene hervorming van de personenbelasting wordt nu voorbereid. De bouwsector betwist helemaal niet dat de belastingen op arbeid in België buitensporig hoog zijn. Onze sector is immers zeer arbeidsintensief en dus zelf één van de eerste slachtoffers van de hoge loonkosten. Niettemin kan een eventuele hervorming van de vastgoedfiscaliteit vanzelfsprekend niet dienen om een hervorming in de personenbelasting te financieren. België staat uiteraard al in de Europese top van landen die patrimonium en de inkomsten daaruit het zwaarst belasten. De hervorming van de personenbelasting kan alleen worden overwogen voor de vastgoed- en bouwsector als hun potentieel niet wordt ingeperkt.

Doorbraak voor industrialisering

Industrialisering is een proces dat na elke crisis aan belang wint, maar nu echt voor een grote doorbraak staat in de bouw. Industrieel bouwen is grotendeels off-site produceren en on-site assembleren. Door bouwactiviteiten te verplaatsen van de bouwplaats naar een fabrieksmatige omgeving kan de bouwcapaciteit groeien. Met hetzelfde aantal mensen kan dan meer gerealiseerd worden. Bovendien kan bij de opschaling van fabrieksmatig geproduceerde woningen en bouwdelen de prijs naar beneden. Kortom: de bouwcapaciteit kan omhoog waardoor het aanbod groeit en de manier van produceren zorgt ervoor dat kosten omlaag kunnen. Industrialisering in de bouw is noodzakelijk om nog op langere termijn te kunnen voldoen aan de bouwopgave.

Dit artikel is verschenen in Top Bouw die beschikbaar is in pdf.

Interesse in een sectoranalyse?

De SectorTop is een analyse van de 50 grootste ondernemingen uit een specifieke sector. U krijgt rankings en grafieken voor 30 kerncijfers en ratio's op het vlak van rentabiliteit, solvabiliteit, liquiditeit en toegevoegde waarde. Nadien nemen we elk bedrijf afzonderlijk onder de loep, met de individuele trend per kerncijfer en mediaan van de sector. Info en bestellen

Terug
Inschrijven nieuwsbrief Uw advertentie in onze nieuwsbrief?
Infotheek
Prijzenobservatorium - Jaarverslag 2020

Prijzenobservatorium - Jaarverslag 2020
 

Zorgplicht

Zorgplicht

RVA - Jaarverslag

RVA - Jaarverslag 2020

 

Wetstraat
Recht op klein verlet bij toediening vaccin tegen Covid-19

Wet houdende toekenning van een recht op klein verlet voor werknemers met het oog op het toegediend krijgen van een vaccin ter bescherming tegen het coronavirus Covid-19 - BS 9 april, p. 31.925

Evenredigheidsbeoordeling bij beroepsreglementering in gezondheidssector

Wet betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan de invoering of de wijziging van een beroepsreglementering in de gezondheidssector - BS 9 april, p. 31.932
 

Antigeen- en zelftesting

Wet inzake antigeen- en zelftesting - BS 7 april, p. 31.776