Vinden

Top Bouw - Infrastructuur - Vlaanderen lijdt een beetje aan regelitis

De Vlaamse infrastructuur is grotendeels up-to-date maar moet state of the art worden, stelt Vlaams minister-president Jan Jambon. Het relanceplan om onze economie te doen herstellen van de coronadreun zet alvast zwaar in op infrastructuurinvesteringen. Maar het is ook een hervormingsplan benadrukt de minister-president. “We willen onze vergunningsprocedures benchmarken met de Duitse en de Nederlandse.” (Laurenz Verledens)

Streven naar een begroting in evenwicht 2021. Dat doel had Vlaamse Regering nog voor ogen bij haar aantreden eind 2019. Een dik jaar later is het duidelijk dat er van die ambitie niets in huis zal komen. De coronacrisis beukt zwaar in op onze economie en samenleving en als afgeleide ook op de publieke financiën. Uitzonderlijke tijden vragen om uitzonderlijke maatregelen en dus wordt de begrotingsorthodoxie tijdelijk aan de kant geschoven, om alle kansen te geven aan Vlaamse Veerkracht. Dat is de titel van het Vlaamse relanceplan, volgens minister-president Jan Jambon (N-VA) het meest ambitieuze investeringsplan dat een Vlaamse Regering ooit in de steigers heeft gezet.

De Vlaamse regering maakt 4,3 miljard euro vrij om onze economie terug op het groeispoor te krijgen. De minister-president benadrukt echter dat Vlaamse Veerkracht over meer gaat dan economie en investeringen. “Onze samenleving heeft enorm afgezien door corona en we moeten de mensen opnieuw een perspectief bieden”, zegt hij. Bovendien wil de regering van dit momentum gebruikmaken om de werking van onze economie en instellingen structureel te verbeteren. “Het is niet alleen een investeringsplan, het is ook een hervormingsplan”, stelt Jambon.

Toch ligt de focus in het plan sterk op bijkomende investeringen. “We mikken op state-of-the-artinfrastructuur voor Vlaanderen”, klinkt het daarover in het beleidsdocument. En het lijstje met geplande infrastructuurinvesteringen is lang. Het omvat zowat alle Vlaamse beleidsdomeinen van mobiliteit en openbare werken, over sport en cultuur, toerisme, onderwijs, de zorgsector en het jeugdbeleid, tot sociale huisvesting.

Hoeveel van die 4,3 miljard euro zal uiteindelijk naar infrastructuurwerken vloeien?

JAMBON. “Het gedeelte publieke investeringen is goed voor ongeveer anderhalf miljard euro. Dat is het bedrag dat Vlaanderen zeg maar out of pocketinvesteert in nieuwe infrastructuur. Maar het relanceplan en de investeringen zullen ook investeringen van de private sector stimuleren. Voor de scholenbouw starten we bijvoorbeeld een nieuw PPS-programma op. Naast de inbreng van de overheid zal dit plan dus ook private middelen mobiliseren. Hetzelfde doen we ook voor de congres-, beurs- en toeristische infrastructuur. Er zal dus een multiplicatoreffect spelen.”

Is dit naast een relanceplan ook een inhaalbeweging? Heeft Vlaanderen infrastructuurinvesteringen te lang uitgesteld?

JAMBON. “Ik denk niet dat je kunt stellen dat Vlaanderen zijn infrastructuur verwaarloost. De vorige Vlaamse regering investeerde recurrent meer dan 600 miljoen euro in infrastructuur. Met deze Vlaamse regering hadden we al 1,65 miljard euro voorzien voor extra investeringen. Als minister in de federale regering was ik bevoegd voor de Regie der Gebouwen. Daar heb ik andere dingen gezien. In Vlaanderen is de infrastructuur grotendeels up-to-date. Dat we nu toch een serieuze tand bijsteken, heeft vooral als bedoeling om de economische groei aan te zwengelen.”

“We leveren overigens ook een belangrijke inspanning om op lokaal niveau de investeringen eveneens op peil te houden. Vlaanderen neemt de helft van het bedrag dat de gemeenten moeten bijdragen voor de pensioenen van de statutaire ambtenaren, de zogenaamde responsabiliseringsbijdrage, voor zijn rekening. In totaal gaat dat voor de hele legislatuur over een bedrag van 1 miljard euro. Voor sommige lokale besturen was die responsabiliseringsbijdrage een strop rond de nek. En het risico bestond dat gemeenten daardoor investeringsprojecten zouden schrappen.”

Investeringsbudgetten voorzien volstaat niet. Ze moeten resulteren in concrete  projecten. Hoe garandeert de Vlaamse regering dat het niet alleen bij mooie plannen blijft?

JAMBON. “Vlaanderen lijdt een beetje aan regelitis. In 2021 en 2022 willen we de Vlaamse regelgeving tegen het licht houden om nutteloze regels eruit te halen. Maar regels blijven nodig en we gaan uiteraard geen projecten goedkeuren die in strijd zijn met de omgevingsvergunningswetgeving. Een belangrijk pijnpunt vandaag is dat de vergunningsprocedure te lang duurt. En daar komt nog eens bij dat de beroepsprocedure ook heel tijdrovend is. Minister Demir gaat laten uitzoeken hoe dat beter kan, zowel op het niveau van de regelgeving als op het niveau van de administratieve verwerking. Dat maakt overigens ook deel uit van het relanceplan. We willen één en ander benchmarken met Duitsland en Nederland. Het  bedrijfsleven heeft ons erop gewezen dat de vergunningsprocedure in die landen een stuk vlotter verloopt. Nochtans werken die landen binnen dezelfde Europese regelgeving.”

“Voor het inkorten van de termijn van de beroepsprocedures – het duurt soms twee tot zelfs drie jaar voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen een beslissing neemt – hebben we al actie ondernomen.  Het aantal magistraten in de Raad wordt aanzienlijk verhoogd. Die capaciteitsuitbreiding moet toelaten dat de Raad binnen een termijn van negen maanden tot een uitspraak komt. De aanwerving van die bijkomende rechters is bezig. Daarnaast willen we ook investeren in digitalisering en automatisatie. Ook dat zou moeten resulteren in een kortere doorlooptijd.”

“Maar dan is er ook nog altijd de beroepsprocedure voor de Raad van State. Vlaanderen heeft destijds de Raad voor Vergunningsbetwistingen in het leven geroepen als een beter alternatief voor de lange procedure voor de Raad van State. Achteraf is gebleken dat er toch een cassatieberoep mogelijk is bij de Raad van State. Ik denk dat we met de federale regering eens moeten bekijken of we dat niet kunnen hervormen zodat er maar één beroepsinstantie overblijft.”

Het relanceplan heeft budgettaire implicaties: een Vlaamse begroting die 2,3 miljard euro in het rood zal gaan. Dat hoeft volgens economen geen probleem te zijn als die investeringen de productiviteit van onze economie verbeteren. Doorstaat het investeringsprogramma die toets?

JAMBON. “Het relanceplan zet in grote mate in op economische groei en productiviteitsverbeteringen. De digitalisering van onze economie en de administraties is daarin een belangrijk onderdeel. We willen ook de uitrol van het 5G-netwerk versnellen. De duurzaamheidsinvesteringen gaan ook vaak gepaard met productiviteitsverbeteringen.”

“Maar 2020 was inderdaad een bloedrood jaar voor onze begroting. De steunmaatregelen voor bedrijven, verenigingen, mensen met financiële problemen,… Dat kost handenvol geld. Maar het zijn wel éénmalige uitgaven en het is dus geen recurrent gegeven in de begroting. Idem voor het relanceplan: die uitgaven zullen we hoofdzakelijk voelen in de begrotingen van 2021 en 2022. Door de coronacrisis dreigt er echter ook een structureel probleem: er zullen meer mensen werkloos worden. Dat betekent minder inkomsten en meer uitgaven – in de vorm van uitkeringen – voor de overheid. Daarom dat het zo belangrijk is om die economische groei te stimuleren. Het blijft absoluut onze ambitie om tegen het einde van deze legislatuur de werkzaamheidsgraad op te krikken tot 80 procent. Want dat is dé manier om dat structureel probleem op te lossen.”

“In 2021 zullen we ook al onze grote uitgavenposten onder de loep houden. We willen de oefening maken of de subsidies die we uitkeren ook werkelijk bijdragen tot het doel dat ze beogen. Zullen we op het einde van deze legislatuur opnieuw een begroting in evenwicht kunnen presenteren? Dat denk ik niet.  Maar tegen eind 2021 moet er wel een uitgetekend pad zijn naar een begroting in evenwicht.”

De Oosterweelverbinding in Antwerpen neemt een serieuze hap uit het totale investeringsbudget van deze Vlaamse regering. In andere provincies klinkt daarover soms gemor. Terecht?

JAMBON. “Nee, dat is niet terecht. Want de lusten van Oosterweel zijn in de eerste plaats voor de mensen van buiten Antwerpen. Wie staat er vandaag in de file op de Antwerpse Ring? Mensen uit Limburg en de Kempen die naar Brussel moeten, mensen uit het Waasland die in de haven moeten zijn, het vrachtvervoer uit Nederland en uit het westen van Duitsland... Iemand die in Merksem woont en voor zijn werk in de haven moet zijn, heeft die Ring niet nodig. Het idee dat de Ring en Oosterweel er vooral voor de Antwerpenaar zijn, klopt gewoon niet. De lasten – fijn stof, geluidsoverlast, de hinder door de werken – zijn wél voor die Antwerpenaar. Vandaar dat we leefbaarheidsprojecten, die maar een deel van het totale budget innemen, hebben gekoppeld aan Oosterweel.”

“Daar komt nog bij dat Oosterweel ook veel duurzaamheidsinvesteringen omvat. Ik denk dan aan het verhogen van de bruggen over het Albertkanaal om meer transport via de binnenvaart mogelijk te maken. We zetten ook in op een modal shift: Oosterweel zal pas een succes zijn als tegen 2030 maximum de helft van de verplaatsingen in de regio met de wagen gebeurt. Maar de Oosterweelverbinding, overigens het grootste infrastructuurproject van West-Europa, is dus geen Antwerps project. Akkoord, het situeert zich in Antwerpen – dat kan niemand ontkennen – maar de baten reiken tot ver buiten de Antwerpse regio.”

‘Dit is ook hét moment om een versnelling hoger te schakelen naar een meer duurzame economie’, klinkt het in de tekst van het relanceplan. Was er een coronacrisis nodig om de Vlaamse klimaatambities aan te scherpen?

JAMBON. “Nee, het Vlaamse Energie- en Klimaatplan dateert van voor de coronacrisis. Maar de uitdaging voor een dichtbevolkte regio als Vlaanderen, met bovendien veel industrie, met een belangrijke chemiecluster, met enkele grote havens, is toch van een andere orde dan die van dunbevolkte landen en regio’s met gigantische wouden. Ik denk dat niemand pleit voor een eenzijdige klimaatbenadering. Parameters zoals de economie en de levensduurte voor de mensen mogen we niet uit het oog verliezen.”

“Op sommige domeinen scoort Vlaanderen trouwens al zeer goed. Zo zijn we dé referentie als het over recyclage gaat. Waardoor de stap naar een circulaire economie voor ons kleiner is dan in veel andere landen. In het relanceplan zetten we trouwens ook heel sterk in op die transformatie naar een circulaire economie. Ook de Blue Deal, ons plan om de droogteproblematiek aan te pakken, maakt deel uit van het relanceplan.”

“Hadden we daar nu een coronacrisis voor nodig? Om het met de woorden van een groot staatsman te zeggen: never waste a good crisis. We hadden al ons klimaatplan. Europa stelt nu extra middelen ter beschikking voor investeringen die uitdrukkelijk inzetten op duurzaamheid. Dus ja, waarom zouden we dan niet een tandje bijsteken?”

(Interview afgenomen eind 2020)

Dit artikel is verschenen in Top Bouw die beschikbaar is in pdf.

Interesse in een sectoranalyse?

De SectorTop is een analyse van de 50 grootste ondernemingen uit een specifieke sector. U krijgt rankings en grafieken voor 30 kerncijfers en ratio's op het vlak van rentabiliteit, solvabiliteit, liquiditeit en toegevoegde waarde. Nadien nemen we elk bedrijf afzonderlijk onder de loep, met de individuele trend per kerncijfer en mediaan van de sector. Info en bestellen

Terug
Inschrijven nieuwsbrief Uw advertentie in onze nieuwsbrief?
Infotheek
Prijzenobservatorium - Jaarverslag 2020

Prijzenobservatorium - Jaarverslag 2020
 

Zorgplicht

Zorgplicht

RVA - Jaarverslag

RVA - Jaarverslag 2020

 

Wetstraat
Recht op klein verlet bij toediening vaccin tegen Covid-19

Wet houdende toekenning van een recht op klein verlet voor werknemers met het oog op het toegediend krijgen van een vaccin ter bescherming tegen het coronavirus Covid-19 - BS 9 april, p. 31.925

Evenredigheidsbeoordeling bij beroepsreglementering in gezondheidssector

Wet betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan de invoering of de wijziging van een beroepsreglementering in de gezondheidssector - BS 9 april, p. 31.932
 

Antigeen- en zelftesting

Wet inzake antigeen- en zelftesting - BS 7 april, p. 31.776