Vinden

Top Bouw - Facility Management - Momentum voor Smart Building Technology

Slimme gebouwen hebben de toekomst. Het goede nieuws is dat er technologisch grote stappen vooruit zijn gezet. Op de Belgische werven is er echter nog veel werk aan de winkel.  (Laurenz Verledens)

Is Europa klaar voor slimmere gebouwen? Die vraag was het uitgangspunt van een analyse van het Buildings Performance Institute Europe (BPIE). De conclusie van de studie, die zich vooral toespitst op energie-efficiëntie van gebouwen, is behoorlijk ontnuchterend. Geen enkele Europese lidstaat blijkt volledig voorbereid om voluit te profiteren van de voordelen van slimme gebouwtechnologieën. Zweden, Finland, Denemarken en Nederland komen naar voor als de leidende landen op het gebied van smart-readiness. Onder meer Frankrijk, Duitsland en Italië zitten in een achtervolgend groepje. Elf landen maken deel uit van het peloton van cautious adopters. Helemaal pijnlijk wordt het voor ons land. Samen met Griekenland, Portugal, Bulgarije, Hongarije en Cyprus vormt België de zwakste groep, die van de trage starters.

Eric Van Bael, CEO van Spacewell, toont zich enigszins verrast over de staartpositie van België. “Spacewell is in heel Europa actief en ik heb eigenlijk niet het gevoel dat België noemenswaardig achterloopt in de adoptie van smart building technologie”, zegt hij. “Het klopt wel dat de Scandinavische landen doorgaans vooroplopen op het vlak van innovatie. En ja, de bouwsector is behoorlijk conservatief, maar dat zie je ook in andere landen. Een bijkomende handicap is misschien dat onze bouwsector erg versnipperd is. En we hebben in België ook minder grote, echt ambitieuze bouwprojecten.”  

Lang leve de levenscyclus

Stef Vande Meulebroucke, CEO van SUMI Smart & Connected Buildings, vindt de zwakke Belgische score dan weer niet zo verwonderlijk. “Nochtans doen we het op puur technologisch vlak niet zo slecht”, zegt hij. “Integendeel, er is in ons land heel wat expertise rond smart building technologie.”

Waar het dan wel aan schort? Vande Meulebroucke wijst naar een slogan bij de inkom van het bedrijfsgebouw van SUMI. Die luidt: ‘Smart Buildings zijn slechts smart als ze over de hele levenscyclus de kosten drukken’. “Precies daar knelt het schoentje in België”, stelt hij. “Bij de klassieke manier van aanbesteden van bouwwerken in ons land wordt geen rekening gehouden met de exploitatie van het gebouw. Dat vertaalt zich ook in lastenboeken waarin automatisering meestal verspreid zit over verschillende loten. Spelers zoals wij zijn dan vaak de onderaannemer van de onderaannemer. Op die manier kan je geen relatie opbouwen met de klant.”

Kristof Dupon, innovatiemanager bij EEG Group, treedt hem bij. “Zolang men de oplevering van het gebouw als een financieel eindpunt beschouwt, zal automatisering stiefmoederlijk behandeld worden”, zegt hij. “In het bouwproces komt de automatisering immers meestal pas op het einde van de rit aan bod. Op dat moment heeft de bouwheer meestal nog maar weinig budget over, want vaak zijn er wel een paar tegenslagen of verrassingen geweest. Het geld is dan op.”

Aanbestedingen volgens een DBFM-formule (Design-Build-Finance-Maintain) zijn een belangrijke stap in de goede richting, menen Dupon en Vande Meulebroucke. Omdat die formule per definitie een levenscyclus-insteek heeft en omdat ze toelaat dat de verschillende partijen, dus ook onderaannemers, veel vroeger en nauwer betrokken worden in het proces. “Maar”, zegt Stef Vande Meulebroucke, “voorlopig is die DBFM-markt nog vrij jong in ons land. We merken ook dat nog niet alle partijen het concept al volledig onder de knie hebben.”

Een ander pijnpunt is volgens Stef Vande Meulebroucke de beperkte omvang van de Belgische bouwmarkt. “Er is op de kleine Belgische markt te weinig ruimte voor vernieuwende, onafhankelijke spelers. Daardoor hebben de traditionele, internationale fabrikanten van smart building technologie, zoals Siemens, Schneider, Johnson Controls en Honeywell, een zware impact op de markt. Het is niet dat die giganten geen verandering toelaten, maar ze bepalen wel graag zelf het tempo van de vernieuwing.”

Coronacrisis creëert momentum

Ook voor Eric Van Bael is een levenscyclusbenadering cruciaal voor de doorbraak van smart building technologie. Hij ziet één en ander echter positief evolueren. “De bouwsector is wakker geschoten en heeft een inhaalbeweging ingezet naar meer automatisatie”, zegt hij. “We staan op het punt van een doorbraak richting building lifecycle intelligence. Dat houdt in dat je vanuit de kennis van het gebruik van een gebouw ontwerpverbeteringen kunt realiseren. Er ontstaat dus een loop in de verschillende levensfasen: de ontwerpfase, de bouwfase en de beheerfase.”

Van Bael ziet ook een momentum om onze gebouwen slimmer te maken. Omdat de coronacrisis in veel bedrijven de ogen heeft geopend. “Al voor de crisis lag de gemiddelde bezettingsgraad van een kantoorgebouw onder de helft. Dat is schokkend, maar het biedt tegelijk ook een geweldige opportuniteit om te optimaliseren. Zeker als je weet dat bijna 80 procent van de kost van een gebouw zich situeert in de beheerfase. Dat gaat dan over onderhoud, verwarming, koeling, schoonmaak,… Door de coronacrisis en het telewerken maken veel bedrijven nu de oefening hoe ze hun gebouwen efficiënter kunnen inzetten. En smart building technologie kan een belangrijke bijdrage leveren, want het geeft inzicht in het reële gebruik van een gebouw.”

Dat de implementatie van smart building technologie grote investeringen vergt, betwist Eric Van Bael. “Vroeger was men sterk afhankelijk van dure en complexe gesloten systemen. Dat is intussen veel minder het geval. Elk project is natuurlijk anders, maar in het algemeen kan je stellen dat smart building technologie vandaag zowel technisch als budgettair zeer toegankelijk is geworden, onder meer door de opkomst van draadloze sensoren. Wij rekenen de return on investment van onze smart building projecten meestal uit in weken, soms in maanden, maar nooit is het meer dan een jaar.”

Ook Vande Meulebroucke en Dupon menen dat de kostprijs van smart building technologie geen drempel zou mogen zijn. “In vergelijking met de totale kostprijs van een gebouw is het een investering van twee keer niks”, zegt Dupon. “Een belangrijk deel van kostprijs van de automatisering en het slim maken zit in het afstemmen van de verschillende spelers”, pikt Vande Meulebroucke in. “De technologie op elkaar afstemmen is niet altijd gemakkelijk, maar daar slagen we meestal wel in. Maar al die actoren die overtuigd zijn van hun eigen subsysteem op één lijn krijgen, dat is een ander paar mouwen.”

Afwezige overheid

Vande Meulebroucke pleit daarom voor meer samenwerking tussen steeds meer betrokken sectoren. “Er beweegt op dat vlak wel het één en ander”, klinkt hij optimistisch. “Zo hebben de  Vlaamse Confederatie Bouw en het WTCB de bedrijvencluster Smart Buildings In Useopgericht. Het is ook positief dat de Vlaamse Confederatie Bouw met Karl Neyrinck (nvdr – gedelegeerd bestuurder van EEG Group) voor het eerst een technische aannemer als voorzitter heeft.”

Maar er mag voor Vande Meulebroucke een tandje bijgestoken worden. Hij verwijst naar het Franse initiatief Smart Building Alliance, dat in eerste instantie de klanten (projectontwikkelaars, investeerders, gebruikers en de overheid) rond de tafel bracht om er vervolgens de grote fabrikanten, bouwondernemingen, telecombedrijven, installatiebedrijven en integratoren aan te koppelen. “De prioriteiten van de klanten – zoals open systemen, data-eigendom van de klant en interoperabiliteit – werden in een charter gegoten”, duidt hij. “Op die manier hebben ze ook de overheid kunnen overhalen om lastenboeken op te stellen die in overeenstemming zijn met het charter.”

In ons land is de overheid vandaag nog te veel afwezig in het smart building verhaal, vindt Vande Meulebroucke: “Onze overheden leveren al wel grote inspanningen op het vlak van duurzaamheid van gebouwen, maar ze onderschatten het belang van open technologie om duurzame omgevingen en uiteindelijk ook slimme steden te creëren. Eigenlijk zou de overheid het goede voorbeeld moeten geven in de manier van aanbesteden. De overheid zou ook stimuli kunnen geven door bijvoorbeeld het principe van de levensduurkost fiscaal te belonen.”

Dit artikel is verschenen in Top Bouw die beschikbaar is in pdf.

Interesse in een sectoranalyse?

De SectorTop is een analyse van de 50 grootste ondernemingen uit een specifieke sector. U krijgt rankings en grafieken voor 30 kerncijfers en ratio's op het vlak van rentabiliteit, solvabiliteit, liquiditeit en toegevoegde waarde. Nadien nemen we elk bedrijf afzonderlijk onder de loep, met de individuele trend per kerncijfer en mediaan van de sector. Info en bestellen

Terug
Inschrijven nieuwsbrief Uw advertentie in onze nieuwsbrief?
Infotheek
Prijzenobservatorium - Jaarverslag 2020

Prijzenobservatorium - Jaarverslag 2020
 

Zorgplicht

Zorgplicht

RVA - Jaarverslag

RVA - Jaarverslag 2020

 

Wetstraat
Recht op klein verlet bij toediening vaccin tegen Covid-19

Wet houdende toekenning van een recht op klein verlet voor werknemers met het oog op het toegediend krijgen van een vaccin ter bescherming tegen het coronavirus Covid-19 - BS 9 april, p. 31.925

Evenredigheidsbeoordeling bij beroepsreglementering in gezondheidssector

Wet betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan de invoering of de wijziging van een beroepsreglementering in de gezondheidssector - BS 9 april, p. 31.932
 

Antigeen- en zelftesting

Wet inzake antigeen- en zelftesting - BS 7 april, p. 31.776