Vinden

In de Marge van Top 5.000 - Laatste balans vóór covid

Nooit eerder was de tewerkstellingsgraad in ons land zo hoog. En toen dook uit het niets een virus op dat alle indicatoren overhoop gooide … (Tony Coenjaerts)

Onze Top 5.000 heeft te lijden onder de nevenschade van COVID-19 en is uitzonderlijk, met ongeveer 250 minder ondernemingen in het klassement dan de vorige jaren. De omvang van de pandemie bracht de regering er immers toe om die situatie als een overmacht te beschouwen voor ondernemingen die jaarrekeningen moeten neerleggen. Zij kregen dan ook uitstel, zowel voor het houden van hun algemene vergadering als voor het neerleggen van de jaarrekening. Er zal bovendien geen enkele bijdrage worden gevraagd in de kosten van de toezichthoudende federale overheid vóór de elfde maand die volgt op de afsluiting van het boekjaar. Traditioneel moest die bijdrage, die bestemd is om de opsporing en controle van ondernemingen in moeilijkheden te financieren, worden betaald voor de indiening vanaf de negende maand die volgt op de afsluitdatum van het boekjaar.

T5-COVER-2020-N-ZO-web De nieuwe Top 5.000 zit deze week bij Trends en is in pdf beschikbaar.

Hij  werpt een terugblik op boekjaar 2019, dus vóór die vermaledijde pandemie. We merken alvast dat bedrijven gebruikmaken van de mogelijkheid om hun jaarrekening later neer te leggen en dat de woorden ‘covid’ en ‘corona’ vaak als een soort waarschuwingsschot in de toelichting opduiken als het over het komende boekjaar 2020 gaat. De impact van de crisis zal u dus vooral op onze continu geactualiseerde Trends Top Website zien, waar u, zodra neergelegd, de bedrijfscijfers en medianen over meerdere jaren vergelijkt.

 

Aangezien we bij Trends Business Information ook continu gegevens uit andere bronnen halen en met elkaar kruisen, heeft u dankzij een gedetailleerde score steeds een zo helder mogelijke blik op de actuele gezondheid en financiële weerbaarheid van uw zakenrelaties in een context als de huidige.


De financiële impact van COVID-19 zal zich uiteraard pas in de jaarrekeningen over 2020 laten voelen. Het voorgaande jaar werd getekend door een lichte vertraging van het bruto binnenlands product (bbp), dat een tiende punt verloor en daalde van 1,5% naar 1,4%, maar met de werkgelegenheid ging het goed. Voor het eerst sinds 1980 waren er minder dan 400.000 volledig werklozen met een uitkering. Daarnaast was de tewerkstellingsgraad bij de 20- tot 64-jarigen, die voor het eerst boven de 70% uitkwam, ook ongezien. Dat is goed, maar het blijft onder het tewerkstellingsdoel van 73,2% voor ons land voor 2020. In 2019 werden er netto ongeveer 74.000 banen gecreëerd, of 8.000 meer dan in het voorgaande jaar.

Op industrieel gebied maakten twee sectoren opnieuw opgang. Met 446 toegekende patenten zijn chemie en life sciences goed voor iets meer dan een derde (34%) van de in ons land door de European Patent Office (EPO) toegekende patenten. De grootste aanvrager van het jaar was de groep Solvay, met 304 aanvragen, op afstand gevolgd door het IMEC, een interuniversitair onderzoekscentrum in Leuven dat gespecialiseerd is in micro-elektronica en nanotechnologie. Hoewel die cijfers op nationaal vlak geruststellen, zijn ze op gewestniveau verontrustend. Met uitzondering van Solvay bevinden de tien belangrijkste aanvragers zich in Vlaanderen, net als de grootste investeerders uit de chemiesector.

Massale investeringen

Eind 2019 kondigde UCB aan dat het op zijn site in Eigenbrakel 300 miljoen euro zou investeren in een biotechfabriek, die tegen 2024 klaar moet zijn, terwijl het jaar in Vlaanderen met grote ophef startte toen Ineos aankondigde dat het niet alleen zijn grootste investering in zijn jonge geschiedenis zou doen, maar ook de grootste investering in de Europese chemie sinds 20 jaar: 3 miljard euro voor de bouw van een propaandehydrogenatie-unit  (PDH-unit) en een ethaankraker. Het in 1998 in Zwijndrecht opgerichte Ineos kon zich ontwikkelen door opeenvolgende overnames. Oprichter Jim Ratcliffe, die opgroeide in een sociale woning in een voorstad van Manchester, stond in 2018 op de eerste plaats in het klassement van de Britse vermogens in de Sunday Times.

In september legde Borealis in Kallo, in de Antwerpse haven, de eerste steen van een nieuwe propyleenfabriek. Die investering van een miljard euro is het grootste project dat de in polyolefine gespecialiseerde groep in Europa realiseert. Borealis heeft zijn hoofdzetel in Wenen en is voor 64% een dochter van de International Petroleum Investment Company (IPIC), die in Abu Dhabi is gevestigd. De rest is in handen van OMV – vroeger Österreichische Mineralölverwaltung - een Oostenrijkse petroleumgroep die een omzet van rond de 20 miljard euro realiseert.

Het sinds een halve eeuw in Antwerpen aanwezige Duitse bedrijf BASF kondigde in oktober aan dat het een half miljard euro investeert in de verhoging van zijn ethyleenproductie. Nog in Antwerpen maakte het eveneens Duitse Covestro bekend dat het van plan is om 300 miljoen euro te investeren in de bouw van een anilineproductie-eenheid die in 2022 in gebruik moet worden genomen. Aniline wordt hoofdzakelijk gebruikt bij de productie van rubber en polyurethaan, maar ook voor kleurstoffen en voor gewasbescherming. In 2015 splitste Covestro af van Bayer, dat nog steeds 8% van het kapitaal in handen heeft. Het bedrijf realiseert geconsolideerd een omzet van 12,4 miljard.

In termen van omzet is de uitvoer van chemische producten gedaald (-6,5%), terwijl die van farmaceutische producten een stijging met 26% kende. Samen zorgden de twee sectoren voor een versterking van onze handelsbalans met 17 miljard. In België is Eurogenerics marktleider, een onderneming die in 1979 werd opgericht door drie Belgische zakenlui in een periode waarin generische geneesmiddelen in ons land onbekend waren en er geen wetgeving over bestond. Dankzij de integratie in 1991 in de Duitse groep Stada kon Eurogenerics een versnelling hoger schakelen. Met een nationale omzet van 207 miljoen euro is het bedrijf goed voor 7,9% van de verkoop van de groep.

Wat werkgelegenheid betreft, is de grootste industriële sector van ons land de voedings- en drankenindustrie, die in Vlaanderen goed is voor 21,5% van de industriële omzet. In Wallonië is dat 19,5%. Hoewel die percentages dicht in elkaars buurt liggen, is de impact ervan nauwelijks vergelijkbaar. De omzet uit de voedingssector is in Vlaanderen (44,3 miljard) immers 5,1 keer zo groot als in Wallonië (8,7 miljard). Ook de groeicijfers lopen uiteen: 5,9% op een jaar tijd in Vlaanderen, tegenover 1,1% in Wallonië. De sector draagt sinds vijf jaar bij aan een verbetering van onze betalingsbalans. Voor 2019 betreft het een bijdrage van 7,4 miljard euro. De investeringen (1,8 miljard) waren de hoogste in vijf jaar tijd en het is dan ongetwijfeld ook geen toeval dat een bedrijf uit de sector regelmatig de titel Factory of the Future krijgt. Voorbeelden zijn Vandemoortele Izegem, dat margarines en frituurvetten produceert, bakkerij Lantmannen Unibake, die haar in 2014 in Londerzeel afgebrande fabriek heropbouwde, en Rousselot, een in Gent gevestigde dochter van de Amerikaanse groep Darling Ingredients die gelatine en collageen maakt.

Hogere omzet en winst

Zonder de vzw’s realiseerden de industriële en commerciële ondernemingen uit onze Top een omzet van 720 miljard. Dat is een stijging met 32 miljard, waarvan een derde het resultaat is van de sterke stijging van Pfizer Service Company (PSCY). Die farmaceutische groep reorganiseert al een tijd haar distributieactiviteiten vanuit Zaventem in het kader van een harde brexit. De stijgende trend is echter aanzienlijk, in die zin dat bijna twee ondernemingen op de drie (65,4%) hun omzet op een jaar tijd zagen stijgen. De winst daarentegen (37,2 miljard) lijkt door een daling met 5,6 miljard de andere kant op te gaan. Schijn kan echter bedriegen. In 2018 tekenden Atlas Copco Airpower en Delhaize De Leeuw immers beide voor ongeveer 4 miljard aan niet-recurrente opbrengsten op, zodat de nettowinst met 12% stijgt als we met die twee ondernemingen geen rekening houden.

De loonkosten stegen met 2,38% van 65.533 euro naar 67.118 euro per tewerkgestelde persoon. De hoofdschuldige is de indexering, waar in de loop van het jaar nog een aantal binnen het paritair comité afgesproken verhogingen bovenop kwamen. De investeringen (33,8 miljard) dalen met 2,6% en de financiële onafhankelijkheid gaat afgerond van 40% naar 41%.

De banken zagen hun nettowinst dalen van 6,3 naar 5,6 miljard. Die van de verzekeringsmaatschappijen daalde van 3,3 naar 2,8 miljard, terwijl de 100 grootste holdings van het land 16,6 miljard binnenhaalden, of 5 miljard meer dan een jaar eerder.


Weer een plaats achteruit

Dat is allemaal geruststellend, maar uiteindelijk is de industrie slechts goed voor 13,8% van ons bbp, tegenover 18% in de eurozone en 23% in Duitsland. De verhandelbare diensten, met andere woorden de groothandel en detailhandel, en de bank- en verzekeringsactiviteiten zijn goed voor 56,3%, terwijl de bouw 5,3% oplevert. De rest is gespreid over niet-verhandelbare diensten, landbouw en energie. Dat kleine aandeel van de industrie dreigt nog verder af te nemen. In 2019 werd ons land immers wat minder competitief en zakte het een plaats in zowel het jaarklassement van het World Economic Forum (WEF) als dat van het International Institute for Management Development (IMD). In het eerste staan we op de 22e plaats, in het tweede op de 27e. Het zal niemand verbazen dat beide instellingen als factoren voor die daling de toestand van onze overheidsfinanciën en onze hoge belasting op winsten noemen.

Uiteraard hebben we onze bouwsector, die goed is voor iets meer dan 5% van ons bbp en een goed jaar kende met een omzetstijging van 8,1% en een toename van de werkgelegenheid (209.494 werknemers) met 1,2%. Het Belgische vastgoed liet in 2019 echter een dubbel beeld zien, met enerzijds een primaire markt die er duidelijk op achteruitging en een secundaire markt die het goed deed. In 2019 daalde het aantal bouwvergunningen immers van 62.656 naar 55.938. Dat is een daling met bijna 11%. De afname was vooral te zien bij appartementen (-17%), terwijl het aantal gebouwen met slechts één woning (24.072) nagenoeg gelijk bleef. Die cijfers moeten we wel relativeren, in die zin dat elke nieuwe eis die de overheid op het vlak van isolatie oplegt tot een massale vraag leidt in de maanden die aan de inwerkingtreding ervan voorafgaan. Dat gebeurde op 1 januari 2018, toen Vlaanderen een nieuwe norm (E40) en een schilindicator voor nieuwbouw oplegde. Gezien de duur van de procedures werden de aangevraagde vergunningen in de eerste maanden van 2018 pas toegekend, waardoor de cijfers voor dat jaar een nooit eerder gezien recordniveau haalden. En aangezien Vlaanderen alleen goed is voor 80% van de bouwvergunningen, was dat in de nationale cijfers te merken. De secundaire markt daarentegen kende een sterke groei. Op 30 september 2019 kondigde de nieuwe Vlaamse regering immers aan dat de woonbonus afgeschaft zou worden voor alle transacties vanaf 1 januari 2020. Het gevolg daarvan was een stormloop op vastgoed in het vierde kwartaal van 2019 en ongekende groeicijfers tegenover hetzelfde kwartaal een jaar eerder: 72% voor woningen in gesloten bebouwing en 41% voor appartementen.

Hogere inkomens, lagere consumptie

Die hunker naar vastgoed staat in vreemd contrast met de matige privéconsumptie, waarvan de groei in 2019 ondanks de met 2,5% gestegen koopkracht tot 1,1% daalde. Een dergelijke toename van de koopkracht hadden we sinds 2007 niet meer gekend en valt te verklaren door de interactie tussen de indexering en de inflatie. De lonen en de vervangingsinkomens worden immers geïndexeerd op basis van inflatiecijfers uit het verleden, zodat de reële inkomens tijdelijk stijgen wanneer de inflatie daalt. Maar het vertrouwen ontbrak om uiteenlopende redenen: onzekerheid over de brexit, de beperkte internationale handel, het gebrek aan economische vooruitzichten en de vrees voor jobverlies. De gezinnen stelden zich voorzichtig op en begonnen opnieuw het grootste deel van hun inkomsten te sparen, waardoor de spaarquote na tien jaar van graduele afname nu weer van 11,8% naar 12,9% steeg. Een deel van dat spaargeld werd gebruikt om woningen mee te kopen. Nooit werden er zoveel hypothecaire leningen aangegaan als in 2019.

Dat was natuurlijk allemaal voor er uit het niets een virus opdook dat de boel deed vastlopen. Buiten de algemene invoering van telewerken, reageerden onze ondernemingen op vier manieren: een tijdelijke of gedeeltelijke stopzetting van de productie, invoering van tijdelijke werkloosheid, toegenomen kostencontrole en herziening van investeringsprojecten. Dat alles zal sporen nalaten in de jaarrekeningen van 2020. Nadien zal weinig nog hetzelfde zijn. We zullen nieuwe gewoonten aannemen. Volledige sectoren zullen wankelen, zoals de horeca, die voor de pandemie al goed was voor 18,13% van alle faillissementen (11.878) over het jaar. De kans is met andere woorden groot dat de cijfers voor 2020 er helemaal anders uitzien. Ondertussen moeten we de cijfers die we voor 2019 geven relativeren om de hierboven genoemde redenen en ook omdat ze, zoals gewoonlijk, niet geconsolideerd zijn.

Terug
Inschrijven nieuwsbrief Uw advertentie in onze nieuwsbrief?
Infotheek
Overzicht 2020: tweede pensioenpijler

De tweede pensioenpijler in beeld - overzicht 2020

 

Tweede pensioenpijler

De tweede pensioenpijler in beeld
 

WIB92 - Nieuwe weergave

WIB92 - Nieuwe weergave met bijgewerkt commentaar per artikel

 

Wetstraat
Bepalingen inzake basisbankdienst voor ondernemingen

Wet houdende invoering van bepalingen inzake de basisbankdienst voor ondernemingen in boek VII van het Wetboek van economisch recht - BS 24 november, p. 82.690
 

Beroepsprocedure tegen administratieve geldboete

Wet tot regeling van de beroepsprocedure tegen de administratieve geldboete bedoeld in boek XV, titel 1/2 van het Wetboek van economisch recht - BS 20 november, p. 81.698

Evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een beroepsreglementering

Wet betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan de invoering of de wijziging van een beroepsreglementering - BS 13 november, p. 80.051